📖 0/604 pagina's gelezen
📄 369
لَعَلَّنَا نَتَّبِعُ ٱلسَّحَرَةَ إِن كَانُواْ هُمُ ٱلۡغَٰلِبِينَ  ۝٤٠ فَلَمَّا جَآءَ ٱلسَّحَرَةُ قَالُواْ لِفِرۡعَوۡنَ أَئِنَّ لَنَا لَأَجۡرًا إِن كُنَّا نَحۡنُ ٱلۡغَٰلِبِينَ  ۝٤١ قَالَ نَعَمۡ وَإِنَّكُمۡ إِذًا لَّمِنَ ٱلۡمُقَرَّبِينَ  ۝٤٢ قَالَ لَهُم مُّوسَىٰٓ أَلۡقُواْ مَآ أَنتُم مُّلۡقُونَ  ۝٤٣ فَأَلۡقَوۡاْ حِبَالَهُمۡ وَعِصِيَّهُمۡ وَقَالُواْ بِعِزَّةِ فِرۡعَوۡنَ إِنَّا لَنَحۡنُ ٱلۡغَٰلِبُونَ  ۝٤٤ فَأَلۡقَىٰ مُوسَىٰ عَصَاهُ فَإِذَا هِيَ تَلۡقَفُ مَا يَأۡفِكُونَ  ۝٤٥ فَأُلۡقِيَ ٱلسَّحَرَةُ سَٰجِدِينَ  ۝٤٦ قَالُوٓاْ ءَامَنَّا بِرَبِّ ٱلۡعَٰلَمِينَ  ۝٤٧ رَبِّ مُوسَىٰ وَهَٰرُونَ  ۝٤٨ قَالَ ءَامَنتُمۡ لَهُۥ قَبۡلَ أَنۡ ءَاذَنَ لَكُمۡۖ إِنَّهُۥ لَكَبِيرُكُمُ ٱلَّذِي عَلَّمَكُمُ ٱلسِّحۡرَ فَلَسَوۡفَ تَعۡلَمُونَۚ لَأُقَطِّعَنَّ أَيۡدِيَكُمۡ وَأَرۡجُلَكُم مِّنۡ خِلَٰفٍ وَلَأُصَلِّبَنَّكُمۡ أَجۡمَعِينَ  ۝٤٩ قَالُواْ لَا ضَيۡرَۖ إِنَّآ إِلَىٰ رَبِّنَا مُنقَلِبُونَ  ۝٥٠ إِنَّا نَطۡمَعُ أَن يَغۡفِرَ لَنَا رَبُّنَا خَطَٰيَٰنَآ أَن كُنَّآ أَوَّلَ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ  ۝٥١ ۞ وَأَوۡحَيۡنَآ إِلَىٰ مُوسَىٰٓ أَنۡ أَسۡرِ بِعِبَادِيٓ إِنَّكُم مُّتَّبَعُونَ  ۝٥٢ فَأَرۡسَلَ فِرۡعَوۡنُ فِي ٱلۡمَدَآئِنِ حَٰشِرِينَ  ۝٥٣ إِنَّ هَٰٓؤُلَآءِ لَشِرۡذِمَةٌ قَلِيلُونَ  ۝٥٤ وَإِنَّهُمۡ لَنَا لَغَآئِظُونَ  ۝٥٥ وَإِنَّا لَجَمِيعٌ حَٰذِرُونَ  ۝٥٦ فَأَخۡرَجۡنَٰهُم مِّن جَنَّٰتٍ وَعُيُونٍ  ۝٥٧ وَكُنُوزٍ وَمَقَامٍ كَرِيمٍ  ۝٥٨ كَذَٰلِكَۖ وَأَوۡرَثۡنَٰهَا بَنِيٓ إِسۡرَٰٓءِيلَ  ۝٥٩ فَأَتۡبَعُوهُم مُّشۡرِقِينَ  ۝٦٠
26:40
لَعَلَّنَا نَتَّبِعُ ٱلسَّحَرَةَ إِن كَانُواْ هُمُ ٱلۡغَٰلِبِينَ  ۝٤٠
Moge wij de tovenaars volgen als zij de overwinnaars zijn."
26:41
فَلَمَّا جَآءَ ٱلسَّحَرَةُ قَالُواْ لِفِرۡعَوۡنَ أَئِنَّ لَنَا لَأَجۡرًا إِن كُنَّا نَحۡنُ ٱلۡغَٰلِبِينَ  ۝٤١
Toen de tovenaars kwamen, zeiden zij tot Fir'aun: "Krijgen we zeker een beloning, als wij de overwinnaars zijn?"
26:42
قَالَ نَعَمۡ وَإِنَّكُمۡ إِذًا لَّمِنَ ٱلۡمُقَرَّبِينَ  ۝٤٢
Hij zei: "Ja, jullie zullen dan tot de (mij) nabijen behoren."
26:43
قَالَ لَهُم مُّوسَىٰٓ أَلۡقُواْ مَآ أَنتُم مُّلۡقُونَ  ۝٤٣
Môesa zei tot hen: "Werpt maar wat jullie te werpen hebben."
26:44
فَأَلۡقَوۡاْ حِبَالَهُمۡ وَعِصِيَّهُمۡ وَقَالُواْ بِعِزَّةِ فِرۡعَوۡنَ إِنَّا لَنَحۡنُ ٱلۡغَٰلِبُونَ  ۝٤٤
Toen wierpen zij hun touwen en staven neer, terwijl zij zeiden: "Bij de eer van Fir'aun: voorwaar, wij zullen zeker de overwinnaars zijn."
26:45
فَأَلۡقَىٰ مُوسَىٰ عَصَاهُ فَإِذَا هِيَ تَلۡقَفُ مَا يَأۡفِكُونَ  ۝٤٥
Toen wierp Môesa zijn staf neer, en toen verslond zij wat zij met hun bedrog hadden gemaakt.
26:46
فَأُلۡقِيَ ٱلسَّحَرَةُ سَٰجِدِينَ  ۝٤٦
Toen wierpen de tovenaan zich neer, knielend.
26:47
قَالُوٓاْ ءَامَنَّا بِرَبِّ ٱلۡعَٰلَمِينَ  ۝٤٧
Zij zeiden: "Wij geloven in de Heer der Werelden.
26:48
رَبِّ مُوسَىٰ وَهَٰرُونَ  ۝٤٨
De Heer van Môesa en Hârôen."
26:49
قَالَ ءَامَنتُمۡ لَهُۥ قَبۡلَ أَنۡ ءَاذَنَ لَكُمۡۖ إِنَّهُۥ لَكَبِيرُكُمُ ٱلَّذِي عَلَّمَكُمُ ٱلسِّحۡرَ فَلَسَوۡفَ تَعۡلَمُونَۚ لَأُقَطِّعَنَّ أَيۡدِيَكُمۡ وَأَرۡجُلَكُم مِّنۡ خِلَٰفٍ وَلَأُصَلِّبَنَّكُمۡ أَجۡمَعِينَ  ۝٤٩
Hij (Fir'aun) zei: "Geloven jullie hem voordat ik jullie toestemming geef? Voorwaar, hij is zeker jullie meerdere die jullie de tovenarij onderwees. En spoedig zullen jullie het weten: ik zal jullie handen en jullie voeten aan tegenovergestelde kanten afhakken en ik zal jullie allen kruisigen."
26:50
قَالُواْ لَا ضَيۡرَۖ إِنَّآ إِلَىٰ رَبِّنَا مُنقَلِبُونَ  ۝٥٠
Zij (de tovenaars) zeiden: "Het deert (ons) niet. Voorwaar, wij zullen naar onze Heer terugkeren.
26:51
إِنَّا نَطۡمَعُ أَن يَغۡفِرَ لَنَا رَبُّنَا خَطَٰيَٰنَآ أَن كُنَّآ أَوَّلَ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ  ۝٥١
Voorwaar, wij verlangen dat Hij onze fouten vergeeft, omdat wij de eersten van de gelovigen zijn."
26:52
۞ وَأَوۡحَيۡنَآ إِلَىٰ مُوسَىٰٓ أَنۡ أَسۡرِ بِعِبَادِيٓ إِنَّكُم مُّتَّبَعُونَ  ۝٥٢
En wij openbaarden aan Môesa: "Reis in de nacht met Mijn dienaren: voorwaar, jullie zullen achtervolgd worden."
26:53
فَأَرۡسَلَ فِرۡعَوۡنُ فِي ٱلۡمَدَآئِنِ حَٰشِرِينَ  ۝٥٣
Toen stuurde Fir'aun bijeenroepers de steden in.
26:54
إِنَّ هَٰٓؤُلَآءِ لَشِرۡذِمَةٌ قَلِيلُونَ  ۝٥٤
"Diegenen zijn zeker een kleine groep.
26:55
وَإِنَّهُمۡ لَنَا لَغَآئِظُونَ  ۝٥٥
En voorwaar, zij hebben ons woedend gemaakt.
26:56
وَإِنَّا لَجَمِيعٌ حَٰذِرُونَ  ۝٥٦
En voorwaar, wij zijn zeker allen voorzichtig."
26:57
فَأَخۡرَجۡنَٰهُم مِّن جَنَّٰتٍ وَعُيُونٍ  ۝٥٧
Toen verdreven Wij hen van de tuinen en bronnen.
26:58
وَكُنُوزٍ وَمَقَامٍ كَرِيمٍ  ۝٥٨
En de schatten en eervolle plaatsen.
26:59
كَذَٰلِكَۖ وَأَوۡرَثۡنَٰهَا بَنِيٓ إِسۡرَٰٓءِيلَ  ۝٥٩
Zo was het; en Wij deden de Kinderen van Israël het erven.
26:60
فَأَتۡبَعُوهُم مُّشۡرِقِينَ  ۝٦٠
Toen achtervolgden zij hen bij zonsopgang.


📚Juz 19 📄369 / 604



Mishary Rashid Alafasy
Mahmoud Khalil Al-Husary
Abdurrahman As-Sudais
Mohamed Siddiq Al-Minshawi
Abdul Basit Abdul Samad
Ali Al-Hudhaify
Ahmed ibn Ali al-Ajamy
Abu Bakr Ash-Shaatree
Muhammad Ayyoub
Abdullah Basfar
Abdullah Al-Juhani
Maher Al Muaiqly
0:00
0:00
-

Heilige Koran


Wednesday, August 26, 2026

Don't forget us in your sincere prayers