📖 0/604 pagina's gelezen
📄 373
إِنۡ هَٰذَآ إِلَّا خُلُقُ ٱلۡأَوَّلِينَ  ۝١٣٧ وَمَا نَحۡنُ بِمُعَذَّبِينَ  ۝١٣٨ فَكَذَّبُوهُ فَأَهۡلَكۡنَٰهُمۡۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَأٓيَةًۖ وَمَا كَانَ أَكۡثَرُهُم مُّؤۡمِنِينَ  ۝١٣٩ وَإِنَّ رَبَّكَ لَهُوَ ٱلۡعَزِيزُ ٱلرَّحِيمُ  ۝١٤٠ كَذَّبَتۡ ثَمُودُ ٱلۡمُرۡسَلِينَ  ۝١٤١ إِذۡ قَالَ لَهُمۡ أَخُوهُمۡ صَٰلِحٌ أَلَا تَتَّقُونَ  ۝١٤٢ إِنِّي لَكُمۡ رَسُولٌ أَمِينٌ  ۝١٤٣ فَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَأَطِيعُونِ  ۝١٤٤ وَمَآ أَسۡـَٔلُكُمۡ عَلَيۡهِ مِنۡ أَجۡرٍۖ إِنۡ أَجۡرِيَ إِلَّا عَلَىٰ رَبِّ ٱلۡعَٰلَمِينَ  ۝١٤٥ أَتُتۡرَكُونَ فِي مَا هَٰهُنَآ ءَامِنِينَ  ۝١٤٦ فِي جَنَّٰتٍ وَعُيُونٍ  ۝١٤٧ وَزُرُوعٍ وَنَخۡلٍ طَلۡعُهَا هَضِيمٌ  ۝١٤٨ وَتَنۡحِتُونَ مِنَ ٱلۡجِبَالِ بُيُوتًا فَٰرِهِينَ  ۝١٤٩ فَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَأَطِيعُونِ  ۝١٥٠ وَلَا تُطِيعُوٓاْ أَمۡرَ ٱلۡمُسۡرِفِينَ  ۝١٥١ ٱلَّذِينَ يُفۡسِدُونَ فِي ٱلۡأَرۡضِ وَلَا يُصۡلِحُونَ  ۝١٥٢ قَالُوٓاْ إِنَّمَآ أَنتَ مِنَ ٱلۡمُسَحَّرِينَ  ۝١٥٣ مَآ أَنتَ إِلَّا بَشَرٌ مِّثۡلُنَا فَأۡتِ بِـَٔايَةٍ إِن كُنتَ مِنَ ٱلصَّٰدِقِينَ  ۝١٥٤ قَالَ هَٰذِهِۦ نَاقَةٌ لَّهَا شِرۡبٌ وَلَكُمۡ شِرۡبُ يَوۡمٍ مَّعۡلُومٍ  ۝١٥٥ وَلَا تَمَسُّوهَا بِسُوٓءٍ فَيَأۡخُذَكُمۡ عَذَابُ يَوۡمٍ عَظِيمٍ  ۝١٥٦ فَعَقَرُوهَا فَأَصۡبَحُواْ نَٰدِمِينَ  ۝١٥٧ فَأَخَذَهُمُ ٱلۡعَذَابُۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَأٓيَةًۖ وَمَا كَانَ أَكۡثَرُهُم مُّؤۡمِنِينَ  ۝١٥٨ وَإِنَّ رَبَّكَ لَهُوَ ٱلۡعَزِيزُ ٱلرَّحِيمُ  ۝١٥٩
26:137
إِنۡ هَٰذَآ إِلَّا خُلُقُ ٱلۡأَوَّلِينَ  ۝١٣٧
Dit is slechts een gewoonte van de vroegeren.
26:138
وَمَا نَحۡنُ بِمُعَذَّبِينَ  ۝١٣٨
En wij zullen niet behoren tot hen die gestraft worden."
26:139
فَكَذَّبُوهُ فَأَهۡلَكۡنَٰهُمۡۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَأٓيَةًۖ وَمَا كَانَ أَكۡثَرُهُم مُّؤۡمِنِينَ  ۝١٣٩
Maar zij loochenden hem, dus vernietigden Wij hen. Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen waren gew gelovigen.
26:140
وَإِنَّ رَبَّكَ لَهُوَ ٱلۡعَزِيزُ ٱلرَّحِيمُ  ۝١٤٠
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.
26:141
كَذَّبَتۡ ثَمُودُ ٱلۡمُرۡسَلِينَ  ۝١٤١
Het volk van de Tsamôed loochende de Boodschappers.
26:142
إِذۡ قَالَ لَهُمۡ أَخُوهُمۡ صَٰلِحٌ أَلَا تَتَّقُونَ  ۝١٤٢
(Gedenk) toen hun broeder Shâlih tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet?
26:143
إِنِّي لَكُمۡ رَسُولٌ أَمِينٌ  ۝١٤٣
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.
26:144
فَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَأَطِيعُونِ  ۝١٤٤
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
26:145
وَمَآ أَسۡـَٔلُكُمۡ عَلَيۡهِ مِنۡ أَجۡرٍۖ إِنۡ أَجۡرِيَ إِلَّا عَلَىٰ رَبِّ ٱلۡعَٰلَمِينَ  ۝١٤٥
En ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.
26:146
أَتُتۡرَكُونَ فِي مَا هَٰهُنَآ ءَامِنِينَ  ۝١٤٦
Zullen jullie in veiligheid gelaten worden temidden van wat hier is?
26:147
فِي جَنَّٰتٍ وَعُيُونٍ  ۝١٤٧
Temidden van tuinen en bronnen.
26:148
وَزُرُوعٍ وَنَخۡلٍ طَلۡعُهَا هَضِيمٌ  ۝١٤٨
En akkerland en dadelpalmen met tere trossen.
26:149
وَتَنۡحِتُونَ مِنَ ٱلۡجِبَالِ بُيُوتًا فَٰرِهِينَ  ۝١٤٩
En jullie houwen vaardig huizen uit in de bergen.
26:150
فَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَأَطِيعُونِ  ۝١٥٠
Vreest dan Allah en gehoorzaamt mij.
26:151
وَلَا تُطِيعُوٓاْ أَمۡرَ ٱلۡمُسۡرِفِينَ  ۝١٥١
En geeft geen gehoor aan het bevel van de buitensporigen.
26:152
ٱلَّذِينَ يُفۡسِدُونَ فِي ٱلۡأَرۡضِ وَلَا يُصۡلِحُونَ  ۝١٥٢
Degenen die verderf zaaien op de aarde en zich niet beteren."
26:153
قَالُوٓاْ إِنَّمَآ أَنتَ مِنَ ٱلۡمُسَحَّرِينَ  ۝١٥٣
Zij zeiden: "Voorwaar, jij behoort tot de betoverden.
26:154
مَآ أَنتَ إِلَّا بَشَرٌ مِّثۡلُنَا فَأۡتِ بِـَٔايَةٍ إِن كُنتَ مِنَ ٱلصَّٰدِقِينَ  ۝١٥٤
Jij bent slechts een mens zoals wij. Breng daarom een Teken als jij tot de waarachtigen behoort."
26:155
قَالَ هَٰذِهِۦ نَاقَةٌ لَّهَا شِرۡبٌ وَلَكُمۡ شِرۡبُ يَوۡمٍ مَّعۡلُومٍ  ۝١٥٥
Hij (Shâlih) zei: "Dit is een vrouwtjeskameel, zij heeft recht om te drinken en jullie hebben recht om te drinken, (ieder) op een vastgestelde dag.
26:156
وَلَا تَمَسُّوهَا بِسُوٓءٍ فَيَأۡخُذَكُمۡ عَذَابُ يَوۡمٍ عَظِيمٍ  ۝١٥٦
En treft haar niet met kwaad, want dan zal de straf van een Geweldige Dag jullie treffen.
26:157
فَعَقَرُوهَا فَأَصۡبَحُواْ نَٰدِمِينَ  ۝١٥٧
Toen slachtten zij haar, daarna werden zij berouwvollen.
26:158
فَأَخَذَهُمُ ٱلۡعَذَابُۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَأٓيَةًۖ وَمَا كَانَ أَكۡثَرُهُم مُّؤۡمِنِينَ  ۝١٥٨
Toen trof de bestraffing hen. Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.
26:159
وَإِنَّ رَبَّكَ لَهُوَ ٱلۡعَزِيزُ ٱلرَّحِيمُ  ۝١٥٩
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.


📚Juz 19 📄373 / 604



Mishary Rashid Alafasy
Mahmoud Khalil Al-Husary
Abdurrahman As-Sudais
Mohamed Siddiq Al-Minshawi
Abdul Basit Abdul Samad
Ali Al-Hudhaify
Ahmed ibn Ali al-Ajamy
Abu Bakr Ash-Shaatree
Muhammad Ayyoub
Abdullah Basfar
Abdullah Al-Juhani
Maher Al Muaiqly
0:00
0:00
-

Heilige Koran


Wednesday, August 26, 2026

Don't forget us in your sincere prayers