📖 0/604 pagina's gelezen
📄 448
يَقُولُ أَءِنَّكَ لَمِنَ ٱلۡمُصَدِّقِينَ  ۝٥٢ أَءِذَا مِتۡنَا وَكُنَّا تُرَابًا وَعِظَٰمًا أَءِنَّا لَمَدِينُونَ  ۝٥٣ قَالَ هَلۡ أَنتُم مُّطَّلِعُونَ  ۝٥٤ فَٱطَّلَعَ فَرَءَاهُ فِي سَوَآءِ ٱلۡجَحِيمِ  ۝٥٥ قَالَ تَٱللَّهِ إِن كِدتَّ لَتُرۡدِينِ  ۝٥٦ وَلَوۡلَا نِعۡمَةُ رَبِّي لَكُنتُ مِنَ ٱلۡمُحۡضَرِينَ  ۝٥٧ أَفَمَا نَحۡنُ بِمَيِّتِينَ  ۝٥٨ إِلَّا مَوۡتَتَنَا ٱلۡأُولَىٰ وَمَا نَحۡنُ بِمُعَذَّبِينَ  ۝٥٩ إِنَّ هَٰذَا لَهُوَ ٱلۡفَوۡزُ ٱلۡعَظِيمُ  ۝٦٠ لِمِثۡلِ هَٰذَا فَلۡيَعۡمَلِ ٱلۡعَٰمِلُونَ  ۝٦١ أَذَٰلِكَ خَيۡرٌ نُّزُلًا أَمۡ شَجَرَةُ ٱلزَّقُّومِ  ۝٦٢ إِنَّا جَعَلۡنَٰهَا فِتۡنَةً لِّلظَّٰلِمِينَ  ۝٦٣ إِنَّهَا شَجَرَةٌ تَخۡرُجُ فِيٓ أَصۡلِ ٱلۡجَحِيمِ  ۝٦٤ طَلۡعُهَا كَأَنَّهُۥ رُءُوسُ ٱلشَّيَٰطِينِ  ۝٦٥ فَإِنَّهُمۡ لَأٓكِلُونَ مِنۡهَا فَمَالِـُٔونَ مِنۡهَا ٱلۡبُطُونَ  ۝٦٦ ثُمَّ إِنَّ لَهُمۡ عَلَيۡهَا لَشَوۡبًا مِّنۡ حَمِيمٍ  ۝٦٧ ثُمَّ إِنَّ مَرۡجِعَهُمۡ لَإِلَى ٱلۡجَحِيمِ  ۝٦٨ إِنَّهُمۡ أَلۡفَوۡاْ ءَابَآءَهُمۡ ضَآلِّينَ  ۝٦٩ فَهُمۡ عَلَىٰٓ ءَاثَٰرِهِمۡ يُهۡرَعُونَ  ۝٧٠ وَلَقَدۡ ضَلَّ قَبۡلَهُمۡ أَكۡثَرُ ٱلۡأَوَّلِينَ  ۝٧١ وَلَقَدۡ أَرۡسَلۡنَا فِيهِم مُّنذِرِينَ  ۝٧٢ فَٱنظُرۡ كَيۡفَ كَانَ عَٰقِبَةُ ٱلۡمُنذَرِينَ  ۝٧٣ إِلَّا عِبَادَ ٱللَّهِ ٱلۡمُخۡلَصِينَ  ۝٧٤ وَلَقَدۡ نَادَىٰنَا نُوحٌ فَلَنِعۡمَ ٱلۡمُجِيبُونَ  ۝٧٥ وَنَجَّيۡنَٰهُ وَأَهۡلَهُۥ مِنَ ٱلۡكَرۡبِ ٱلۡعَظِيمِ  ۝٧٦
37:52
يَقُولُ أَءِنَّكَ لَمِنَ ٱلۡمُصَدِّقِينَ  ۝٥٢
Hij zei (vroeger tegen mij): "Voorwaar, behoor jij tot hen die (de Opstanding) bevestigen?
37:53
أَءِذَا مِتۡنَا وَكُنَّا تُرَابًا وَعِظَٰمًا أَءِنَّا لَمَدِينُونَ  ۝٥٣
Als wij dan al dood zijn, en tot aarde en beenderen zijn geworden, zullen wij dan zeker worden beoordeld?"'
37:54
قَالَ هَلۡ أَنتُم مُّطَّلِعُونَ  ۝٥٤
Hij zei (tegen de anderen in hct Paradijs): "Hebben jullie (dit) gezien?"
37:55
فَٱطَّلَعَ فَرَءَاهُ فِي سَوَآءِ ٱلۡجَحِيمِ  ۝٥٥
Toen keek hij en zag hem in het midden van Djahîm (de Hel).
37:56
قَالَ تَٱللَّهِ إِن كِدتَّ لَتُرۡدِينِ  ۝٥٦
Hij zei: "Bij Allah, jij hebt mij bijna in het ongeluk gestort.
37:57
وَلَوۡلَا نِعۡمَةُ رَبِّي لَكُنتُ مِنَ ٱلۡمُحۡضَرِينَ  ۝٥٧
En als er niet de genade van mijn Heer geweest was, dan zou ik zeker tot de voorgeleiden (voor de Hel) behoren.
37:58
أَفَمَا نَحۡنُ بِمَيِّتِينَ  ۝٥٨
Zullen wij dan niet sterven?
37:59
إِلَّا مَوۡتَتَنَا ٱلۡأُولَىٰ وَمَا نَحۡنُ بِمُعَذَّبِينَ  ۝٥٩
Naut ons eerste sterven? En zullen wij niet worden bestraft?"
37:60
إِنَّ هَٰذَا لَهُوَ ٱلۡفَوۡزُ ٱلۡعَظِيمُ  ۝٦٠
Voorwaar, dat is zeker de geweldige overwinning.
37:61
لِمِثۡلِ هَٰذَا فَلۡيَعۡمَلِ ٱلۡعَٰمِلُونَ  ۝٦١
Voor zoiets, laten de werkenden daarvoor werken.
37:62
أَذَٰلِكَ خَيۡرٌ نُّزُلًا أَمۡ شَجَرَةُ ٱلزَّقُّومِ  ۝٦٢
Is die ontvangst beter, of de Zaqqôem-boom (in de Hel)?
37:63
إِنَّا جَعَلۡنَٰهَا فِتۡنَةً لِّلظَّٰلِمِينَ  ۝٦٣
Voorwaar, Wij hebben hem tot een beproeving voor de onrechtvaardigen gemaakt.
37:64
إِنَّهَا شَجَرَةٌ تَخۡرُجُ فِيٓ أَصۡلِ ٱلۡجَحِيمِ  ۝٦٤
Voorwaar, het is een boom die voortkomt uit de bodem van Djahîm (de Hel).
37:65
طَلۡعُهَا كَأَنَّهُۥ رُءُوسُ ٱلشَّيَٰطِينِ  ۝٦٥
De kolven ervan zijn als satanskoppen.
37:66
فَإِنَّهُمۡ لَأٓكِلُونَ مِنۡهَا فَمَالِـُٔونَ مِنۡهَا ٱلۡبُطُونَ  ۝٦٦
Voorwaar, dan zullen zij er van eten zodat zij er de buiken mee vullen.
37:67
ثُمَّ إِنَّ لَهُمۡ عَلَيۡهَا لَشَوۡبًا مِّنۡ حَمِيمٍ  ۝٦٧
Daarna is er voor hen een drank, gemengd met kokend water.
37:68
ثُمَّ إِنَّ مَرۡجِعَهُمۡ لَإِلَى ٱلۡجَحِيمِ  ۝٦٨
Tenslotte is hun terugkeer zeker naar Djahîm.
37:69
إِنَّهُمۡ أَلۡفَوۡاْ ءَابَآءَهُمۡ ضَآلِّينَ  ۝٦٩
Voorwaar, zij troffen hun vaderen in dwaling verkerend aan.
37:70
فَهُمۡ عَلَىٰٓ ءَاثَٰرِهِمۡ يُهۡرَعُونَ  ۝٧٠
Toen volgden zij hen haastig in hun voetsporen.
37:71
وَلَقَدۡ ضَلَّ قَبۡلَهُمۡ أَكۡثَرُ ٱلۡأَوَّلِينَ  ۝٧١
En voorzeker dwaalden vóór hen de meesten van de vroegeren.
37:72
وَلَقَدۡ أَرۡسَلۡنَا فِيهِم مُّنذِرِينَ  ۝٧٢
En voorzeker hebben Wij uit hun midden waarschuwers gezonden,
37:73
فَٱنظُرۡ كَيۡفَ كَانَ عَٰقِبَةُ ٱلۡمُنذَرِينَ  ۝٧٣
Zie dan (O Moehammad) hoe het einde was van de gewaamshuwden.
37:74
إِلَّا عِبَادَ ٱللَّهِ ٱلۡمُخۡلَصِينَ  ۝٧٤
Behalve (het einde van) de dienaren van Allah die, zuiver in hun aanbidding zijn.
37:75
وَلَقَدۡ نَادَىٰنَا نُوحٌ فَلَنِعۡمَ ٱلۡمُجِيبُونَ  ۝٧٥
En voorzeker, Nôeh riep Ons aan, en Wij zijn zeker de beste verhorenden.
37:76
وَنَجَّيۡنَٰهُ وَأَهۡلَهُۥ مِنَ ٱلۡكَرۡبِ ٱلۡعَظِيمِ  ۝٧٦
En Wij redden hem en zijn volgelingen van de geweldige ramp.


📚Juz 23 📄448 / 604



Mishary Rashid Alafasy
Mahmoud Khalil Al-Husary
Abdurrahman As-Sudais
Mohamed Siddiq Al-Minshawi
Abdul Basit Abdul Samad
Ali Al-Hudhaify
Ahmed ibn Ali al-Ajamy
Abu Bakr Ash-Shaatree
Muhammad Ayyoub
Abdullah Basfar
Abdullah Al-Juhani
Maher Al Muaiqly
0:00
0:00
-

Heilige Koran


Friday, August 28, 2026

Don't forget us in your sincere prayers