📖 0/604 pagina's gelezen
📄 533
يُعۡرَفُ ٱلۡمُجۡرِمُونَ بِسِيمَٰهُمۡ فَيُؤۡخَذُ بِٱلنَّوَٰصِي وَٱلۡأَقۡدَامِ  ۝٤١ فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٤٢ هَٰذِهِۦ جَهَنَّمُ ٱلَّتِي يُكَذِّبُ بِهَا ٱلۡمُجۡرِمُونَ  ۝٤٣ يَطُوفُونَ بَيۡنَهَا وَبَيۡنَ حَمِيمٍ ءَانٍ  ۝٤٤ فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٤٥ وَلِمَنۡ خَافَ مَقَامَ رَبِّهِۦ جَنَّتَانِ  ۝٤٦ فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٤٧ ذَوَاتَآ أَفۡنَانٍ  ۝٤٨ فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٤٩ فِيهِمَا عَيۡنَانِ تَجۡرِيَانِ  ۝٥٠ فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٥١ فِيهِمَا مِن كُلِّ فَٰكِهَةٍ زَوۡجَانِ  ۝٥٢ فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٥٣ مُتَّكِـِٔينَ عَلَىٰ فُرُشِۭ بَطَآئِنُهَا مِنۡ إِسۡتَبۡرَقٍۚ وَجَنَى ٱلۡجَنَّتَيۡنِ دَانٍ  ۝٥٤ فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٥٥ فِيهِنَّ قَٰصِرَٰتُ ٱلطَّرۡفِ لَمۡ يَطۡمِثۡهُنَّ إِنسٌ قَبۡلَهُمۡ وَلَا جَآنٌّ  ۝٥٦ فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٥٧ كَأَنَّهُنَّ ٱلۡيَاقُوتُ وَٱلۡمَرۡجَانُ  ۝٥٨ فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٥٩ هَلۡ جَزَآءُ ٱلۡإِحۡسَٰنِ إِلَّا ٱلۡإِحۡسَٰنُ  ۝٦٠ فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٦١ وَمِن دُونِهِمَا جَنَّتَانِ  ۝٦٢ فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٦٣ مُدۡهَآمَّتَانِ  ۝٦٤ فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٦٥ فِيهِمَا عَيۡنَانِ نَضَّاخَتَانِ  ۝٦٦ فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٦٧
55:41
يُعۡرَفُ ٱلۡمُجۡرِمُونَ بِسِيمَٰهُمۡ فَيُؤۡخَذُ بِٱلنَّوَٰصِي وَٱلۡأَقۡدَامِ  ۝٤١
De misdadigers zullen herkend worden aan hun kenmerken en daarna gegrepen worden bij het haar van het voorhoofd en de voeten.
55:42
فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٤٢
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan?
55:43
هَٰذِهِۦ جَهَنَّمُ ٱلَّتِي يُكَذِّبُ بِهَا ٱلۡمُجۡرِمُونَ  ۝٤٣
Dit is de Hel die de zondaren loochenden.
55:44
يَطُوفُونَ بَيۡنَهَا وَبَيۡنَ حَمِيمٍ ءَانٍ  ۝٤٤
Zij dolen daar rond in het midden van kokend heet water.
55:45
فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٤٥
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan?
55:46
وَلِمَنۡ خَافَ مَقَامَ رَبِّهِۦ جَنَّتَانِ  ۝٤٦
En voor wie vreesde voor het staan voor zijn Heer zijn er twee Tuinen (in het Paradijs).
55:47
فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٤٧
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan?
55:48
ذَوَاتَآ أَفۡنَانٍ  ۝٤٨
Beide met een overvloed aan takken en vruchten.
55:49
فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٤٩
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan?
55:50
فِيهِمَا عَيۡنَانِ تَجۡرِيَانِ  ۝٥٠
In beide zijn twee stromende bronnen.
55:51
فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٥١
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan?
55:52
فِيهِمَا مِن كُلِّ فَٰكِهَةٍ زَوۡجَانِ  ۝٥٢
In beide zijn er vruchten van elke soort, in paren.
55:53
فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٥٣
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan?
55:54
مُتَّكِـِٔينَ عَلَىٰ فُرُشِۭ بَطَآئِنُهَا مِنۡ إِسۡتَبۡرَقٍۚ وَجَنَى ٱلۡجَنَّتَيۡنِ دَانٍ  ۝٥٤
Leunend, op tapijten met brokaat aan hun binnenzijden en (de vruchten) van beide Tuinen hangen binnen handbereik.
55:55
فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٥٥
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan?
55:56
فِيهِنَّ قَٰصِرَٰتُ ٱلطَّرۡفِ لَمۡ يَطۡمِثۡهُنَّ إِنسٌ قَبۡلَهُمۡ وَلَا جَآنٌّ  ۝٥٦
In de Tuinen bevinden zich schonen met ingetogen blikken, die geen mens en geen Djinn ooit vóór hen heeft aangeraakt.
55:57
فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٥٧
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan?
55:58
كَأَنَّهُنَّ ٱلۡيَاقُوتُ وَٱلۡمَرۡجَانُ  ۝٥٨
Als waren zij van robijn en koraal.
55:59
فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٥٩
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan?
55:60
هَلۡ جَزَآءُ ٱلۡإِحۡسَٰنِ إِلَّا ٱلۡإِحۡسَٰنُ  ۝٦٠
Er is voor het verrichten van het goede geen andere beloning dan het goede.
55:61
فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٦١
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan?
55:62
وَمِن دُونِهِمَا جَنَّتَانِ  ۝٦٢
En naast deze twee zijn nog twee Tuinen.
55:63
فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٦٣
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan?
55:64
مُدۡهَآمَّتَانِ  ۝٦٤
Donkergroen van kleur.
55:65
فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٦٥
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan?
55:66
فِيهِمَا عَيۡنَانِ نَضَّاخَتَانِ  ۝٦٦
In beide bevinden zich twee overvloedige bronnen.
55:67
فَبِأَيِّ ءَالَآءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ  ۝٦٧
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan?


📚Juz 27 📄533 / 604



Mishary Rashid Alafasy
Mahmoud Khalil Al-Husary
Abdurrahman As-Sudais
Mohamed Siddiq Al-Minshawi
Abdul Basit Abdul Samad
Ali Al-Hudhaify
Ahmed ibn Ali al-Ajamy
Abu Bakr Ash-Shaatree
Muhammad Ayyoub
Abdullah Basfar
Abdullah Al-Juhani
Maher Al Muaiqly
0:00
0:00
-

Heilige Koran


Monday, August 31, 2026

Don't forget us in your sincere prayers