📖 0/604 pagina's gelezen
📄 371
وَٱجۡعَل لِّي لِسَانَ صِدۡقٍ فِي ٱلۡأٓخِرِينَ  ۝٨٤ وَٱجۡعَلۡنِي مِن وَرَثَةِ جَنَّةِ ٱلنَّعِيمِ  ۝٨٥ وَٱغۡفِرۡ لِأَبِيٓ إِنَّهُۥ كَانَ مِنَ ٱلضَّآلِّينَ  ۝٨٦ وَلَا تُخۡزِنِي يَوۡمَ يُبۡعَثُونَ  ۝٨٧ يَوۡمَ لَا يَنفَعُ مَالٌ وَلَا بَنُونَ  ۝٨٨ إِلَّا مَنۡ أَتَى ٱللَّهَ بِقَلۡبٍ سَلِيمٍ  ۝٨٩ وَأُزۡلِفَتِ ٱلۡجَنَّةُ لِلۡمُتَّقِينَ  ۝٩٠ وَبُرِّزَتِ ٱلۡجَحِيمُ لِلۡغَاوِينَ  ۝٩١ وَقِيلَ لَهُمۡ أَيۡنَ مَا كُنتُمۡ تَعۡبُدُونَ  ۝٩٢ مِن دُونِ ٱللَّهِ هَلۡ يَنصُرُونَكُمۡ أَوۡ يَنتَصِرُونَ  ۝٩٣ فَكُبۡكِبُواْ فِيهَا هُمۡ وَٱلۡغَاوُۥنَ  ۝٩٤ وَجُنُودُ إِبۡلِيسَ أَجۡمَعُونَ  ۝٩٥ قَالُواْ وَهُمۡ فِيهَا يَخۡتَصِمُونَ  ۝٩٦ تَٱللَّهِ إِن كُنَّا لَفِي ضَلَٰلٍ مُّبِينٍ  ۝٩٧ إِذۡ نُسَوِّيكُم بِرَبِّ ٱلۡعَٰلَمِينَ  ۝٩٨ وَمَآ أَضَلَّنَآ إِلَّا ٱلۡمُجۡرِمُونَ  ۝٩٩ فَمَا لَنَا مِن شَٰفِعِينَ  ۝١٠٠ وَلَا صَدِيقٍ حَمِيمٍ  ۝١٠١ فَلَوۡ أَنَّ لَنَا كَرَّةً فَنَكُونَ مِنَ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ  ۝١٠٢ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَأٓيَةًۖ وَمَا كَانَ أَكۡثَرُهُم مُّؤۡمِنِينَ  ۝١٠٣ وَإِنَّ رَبَّكَ لَهُوَ ٱلۡعَزِيزُ ٱلرَّحِيمُ  ۝١٠٤ كَذَّبَتۡ قَوۡمُ نُوحٍ ٱلۡمُرۡسَلِينَ  ۝١٠٥ إِذۡ قَالَ لَهُمۡ أَخُوهُمۡ نُوحٌ أَلَا تَتَّقُونَ  ۝١٠٦ إِنِّي لَكُمۡ رَسُولٌ أَمِينٌ  ۝١٠٧ فَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَأَطِيعُونِ  ۝١٠٨ وَمَآ أَسۡـَٔلُكُمۡ عَلَيۡهِ مِنۡ أَجۡرٍۖ إِنۡ أَجۡرِيَ إِلَّا عَلَىٰ رَبِّ ٱلۡعَٰلَمِينَ  ۝١٠٩ فَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَأَطِيعُونِ  ۝١١٠ ۞ قَالُوٓاْ أَنُؤۡمِنُ لَكَ وَٱتَّبَعَكَ ٱلۡأَرۡذَلُونَ  ۝١١١
26:84
وَٱجۡعَل لِّي لِسَانَ صِدۡقٍ فِي ٱلۡأٓخِرِينَ  ۝٨٤
En maak mijn naam vermaard onder de lateren.
26:85
وَٱجۡعَلۡنِي مِن وَرَثَةِ جَنَّةِ ٱلنَّعِيمِ  ۝٨٥
En maak mij één van de erfgenamen van de Tuin van de gelukzaligheid (het Paradijs).
26:86
وَٱغۡفِرۡ لِأَبِيٓ إِنَّهُۥ كَانَ مِنَ ٱلضَّآلِّينَ  ۝٨٦
En vergeef mijn vader, waal bij behoorde tot de dwalenden.
26:87
وَلَا تُخۡزِنِي يَوۡمَ يُبۡعَثُونَ  ۝٨٧
En verneder mij niet op de Dag waarop er wordt opgewekt.
26:88
يَوۡمَ لَا يَنفَعُ مَالٌ وَلَا بَنُونَ  ۝٨٨
Op de Dag, waarop rijkdom en zonen niet zullen baten.
26:89
إِلَّا مَنۡ أَتَى ٱللَّهَ بِقَلۡبٍ سَلِيمٍ  ۝٨٩
Alleen bij (zal gebaat zijn), die naar Allah komt met een zuiver hart
26:90
وَأُزۡلِفَتِ ٱلۡجَنَّةُ لِلۡمُتَّقِينَ  ۝٩٠
En de Tuin wordt dichtbij de Moettaqôen gebracht.
26:91
وَبُرِّزَتِ ٱلۡجَحِيمُ لِلۡغَاوِينَ  ۝٩١
En Djahîm (de Hel) wordt tentoongesteld aan de dwalenden.
26:92
وَقِيلَ لَهُمۡ أَيۡنَ مَا كُنتُمۡ تَعۡبُدُونَ  ۝٩٢
En tot hen wordt gezegd: "Waar is het, wat jullie plachten te aanbidden?
26:93
مِن دُونِ ٱللَّهِ هَلۡ يَنصُرُونَكُمۡ أَوۡ يَنتَصِرُونَ  ۝٩٣
Naast Allah? Kunnen zij jullie helpen of zichzelf helpen?
26:94
فَكُبۡكِبُواْ فِيهَا هُمۡ وَٱلۡغَاوُۥنَ  ۝٩٤
Dan worden zij hals over kop daarin geslingerd, zij en de dwalenden.
26:95
وَجُنُودُ إِبۡلِيسَ أَجۡمَعُونَ  ۝٩٥
En de troepen van Iblîs (de Satan), allemaal.
26:96
قَالُواْ وَهُمۡ فِيهَا يَخۡتَصِمُونَ  ۝٩٦
Zij zeggen, terwijl zij met elkaar redetwisten:
26:97
تَٱللَّهِ إِن كُنَّا لَفِي ضَلَٰلٍ مُّبِينٍ  ۝٩٧
"Bij Allah, wij verkeerden zeker in een duidelijke dwaling.
26:98
إِذۡ نُسَوِّيكُم بِرَبِّ ٱلۡعَٰلَمِينَ  ۝٩٨
Dat wij jullie (de afgoden) gelijkstelden met de Heer der Werelden.
26:99
وَمَآ أَضَلَّنَآ إِلَّا ٱلۡمُجۡرِمُونَ  ۝٩٩
En alleen de misdadigers hebben ons doen afdwalen.
26:100
فَمَا لَنَا مِن شَٰفِعِينَ  ۝١٠٠
En wij hebben geen voorsprekers,
26:101
وَلَا صَدِيقٍ حَمِيمٍ  ۝١٠١
En geen boezemvriend.
26:102
فَلَوۡ أَنَّ لَنَا كَرَّةً فَنَكُونَ مِنَ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ  ۝١٠٢
Was er voor ons maar een weg terug, dan zouden wij tot de gelovigen behoren."
26:103
إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَأٓيَةًۖ وَمَا كَانَ أَكۡثَرُهُم مُّؤۡمِنِينَ  ۝١٠٣
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn ongelovigen.
26:104
وَإِنَّ رَبَّكَ لَهُوَ ٱلۡعَزِيزُ ٱلرَّحِيمُ  ۝١٠٤
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.
26:105
كَذَّبَتۡ قَوۡمُ نُوحٍ ٱلۡمُرۡسَلِينَ  ۝١٠٥
Het volk van Nôeh loochende de Boodschappers.
26:106
إِذۡ قَالَ لَهُمۡ أَخُوهُمۡ نُوحٌ أَلَا تَتَّقُونَ  ۝١٠٦
(Gedenk) toen hun broeder Nôeh tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet?
26:107
إِنِّي لَكُمۡ رَسُولٌ أَمِينٌ  ۝١٠٧
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.
26:108
فَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَأَطِيعُونِ  ۝١٠٨
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
26:109
وَمَآ أَسۡـَٔلُكُمۡ عَلَيۡهِ مِنۡ أَجۡرٍۖ إِنۡ أَجۡرِيَ إِلَّا عَلَىٰ رَبِّ ٱلۡعَٰلَمِينَ  ۝١٠٩
Ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.
26:110
فَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَأَطِيعُونِ  ۝١١٠
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
26:111
۞ قَالُوٓاْ أَنُؤۡمِنُ لَكَ وَٱتَّبَعَكَ ٱلۡأَرۡذَلُونَ  ۝١١١
Zij zeiden: "Zouden wij jou volgen, terwijl de meest nederigen jou volgen?"


📚Juz 19 📄371 / 604



Mishary Rashid Alafasy
Mahmoud Khalil Al-Husary
Abdurrahman As-Sudais
Mohamed Siddiq Al-Minshawi
Abdul Basit Abdul Samad
Ali Al-Hudhaify
Ahmed ibn Ali al-Ajamy
Abu Bakr Ash-Shaatree
Muhammad Ayyoub
Abdullah Basfar
Abdullah Al-Juhani
Maher Al Muaiqly
0:00
0:00
-

Heilige Koran


Wednesday, August 26, 2026

Don't forget us in your sincere prayers