📖 0/604 pagina's gelezen
📄 567
وَجَآءَ فِرۡعَوۡنُ وَمَن قَبۡلَهُۥ وَٱلۡمُؤۡتَفِكَٰتُ بِٱلۡخَاطِئَةِ  ۝٩ فَعَصَوۡاْ رَسُولَ رَبِّهِمۡ فَأَخَذَهُمۡ أَخۡذَةً رَّابِيَةً  ۝١٠ إِنَّا لَمَّا طَغَا ٱلۡمَآءُ حَمَلۡنَٰكُمۡ فِي ٱلۡجَارِيَةِ  ۝١١ لِنَجۡعَلَهَا لَكُمۡ تَذۡكِرَةً وَتَعِيَهَآ أُذُنٌ وَٰعِيَةٌ  ۝١٢ فَإِذَا نُفِخَ فِي ٱلصُّورِ نَفۡخَةٌ وَٰحِدَةٌ  ۝١٣ وَحُمِلَتِ ٱلۡأَرۡضُ وَٱلۡجِبَالُ فَدُكَّتَا دَكَّةً وَٰحِدَةً  ۝١٤ فَيَوۡمَئِذٍ وَقَعَتِ ٱلۡوَاقِعَةُ  ۝١٥ وَٱنشَقَّتِ ٱلسَّمَآءُ فَهِيَ يَوۡمَئِذٍ وَاهِيَةٌ  ۝١٦ وَٱلۡمَلَكُ عَلَىٰٓ أَرۡجَآئِهَاۚ وَيَحۡمِلُ عَرۡشَ رَبِّكَ فَوۡقَهُمۡ يَوۡمَئِذٍ ثَمَٰنِيَةٌ  ۝١٧ يَوۡمَئِذٍ تُعۡرَضُونَ لَا تَخۡفَىٰ مِنكُمۡ خَافِيَةٌ  ۝١٨ فَأَمَّا مَنۡ أُوتِيَ كِتَٰبَهُۥ بِيَمِينِهِۦ فَيَقُولُ هَآؤُمُ ٱقۡرَءُواْ كِتَٰبِيَهۡ  ۝١٩ إِنِّي ظَنَنتُ أَنِّي مُلَٰقٍ حِسَابِيَهۡ  ۝٢٠ فَهُوَ فِي عِيشَةٍ رَّاضِيَةٍ  ۝٢١ فِي جَنَّةٍ عَالِيَةٍ  ۝٢٢ قُطُوفُهَا دَانِيَةٌ  ۝٢٣ كُلُواْ وَٱشۡرَبُواْ هَنِيٓـَٔۢا بِمَآ أَسۡلَفۡتُمۡ فِي ٱلۡأَيَّامِ ٱلۡخَالِيَةِ  ۝٢٤ وَأَمَّا مَنۡ أُوتِيَ كِتَٰبَهُۥ بِشِمَالِهِۦ فَيَقُولُ يَٰلَيۡتَنِي لَمۡ أُوتَ كِتَٰبِيَهۡ  ۝٢٥ وَلَمۡ أَدۡرِ مَا حِسَابِيَهۡ  ۝٢٦ يَٰلَيۡتَهَا كَانَتِ ٱلۡقَاضِيَةَ  ۝٢٧ مَآ أَغۡنَىٰ عَنِّي مَالِيَهۡۜ  ۝٢٨ هَلَكَ عَنِّي سُلۡطَٰنِيَهۡ  ۝٢٩ خُذُوهُ فَغُلُّوهُ  ۝٣٠ ثُمَّ ٱلۡجَحِيمَ صَلُّوهُ  ۝٣١ ثُمَّ فِي سِلۡسِلَةٍ ذَرۡعُهَا سَبۡعُونَ ذِرَاعًا فَٱسۡلُكُوهُ  ۝٣٢ إِنَّهُۥ كَانَ لَا يُؤۡمِنُ بِٱللَّهِ ٱلۡعَظِيمِ  ۝٣٣ وَلَا يَحُضُّ عَلَىٰ طَعَامِ ٱلۡمِسۡكِينِ  ۝٣٤
69:9
وَجَآءَ فِرۡعَوۡنُ وَمَن قَبۡلَهُۥ وَٱلۡمُؤۡتَفِكَٰتُ بِٱلۡخَاطِئَةِ  ۝٩
En Fir'aun en degenen die er vóór hem waren en de (bewoners van) de op hun fundamenten gekeerde steden pleegden grote zonden.
69:10
فَعَصَوۡاْ رَسُولَ رَبِّهِمۡ فَأَخَذَهُمۡ أَخۡذَةً رَّابِيَةً  ۝١٠
En zij waren ongehoorzaam aan de Boodschapper van hun Heer. Toen groep Hij hen met een krachtige bestraffing.
69:11
إِنَّا لَمَّا طَغَا ٱلۡمَآءُ حَمَلۡنَٰكُمۡ فِي ٱلۡجَارِيَةِ  ۝١١
Voorwaar, toen het water overstroomde, droegen Wij jullie (voorvader Nôeh en zijn familie) in het vaartuig (de ark).
69:12
لِنَجۡعَلَهَا لَكُمۡ تَذۡكِرَةً وَتَعِيَهَآ أُذُنٌ وَٰعِيَةٌ  ۝١٢
Opdat Wij dit voor jullie tot een vermaning zouden maken en opdat een aandachtig oor er aandacht aan zou schenken.
69:13
فَإِذَا نُفِخَ فِي ٱلصُّورِ نَفۡخَةٌ وَٰحِدَةٌ  ۝١٣
Wanneer dan op de bazuin geblazen wordt met één stoot.
69:14
وَحُمِلَتِ ٱلۡأَرۡضُ وَٱلۡجِبَالُ فَدُكَّتَا دَكَّةً وَٰحِدَةً  ۝١٤
En de aarde en de bergen worden opgetild en dan in één klap worden verpulverd.
69:15
فَيَوۡمَئِذٍ وَقَعَتِ ٱلۡوَاقِعَةُ  ۝١٥
Op die Dag zal de gebeurtenis plaatsvinden.
69:16
وَٱنشَقَّتِ ٱلسَّمَآءُ فَهِيَ يَوۡمَئِذٍ وَاهِيَةٌ  ۝١٦
En de hemel zal splijten, dan wordt zij broos.
69:17
وَٱلۡمَلَكُ عَلَىٰٓ أَرۡجَآئِهَاۚ وَيَحۡمِلُ عَرۡشَ رَبِّكَ فَوۡقَهُمۡ يَوۡمَئِذٍ ثَمَٰنِيَةٌ  ۝١٧
En de Engelen zullen zich op haar randen bevinden en acht (van hen) zullen op die Dag de Troon van jouw Heer boven zich dragen.
69:18
يَوۡمَئِذٍ تُعۡرَضُونَ لَا تَخۡفَىٰ مِنكُمۡ خَافِيَةٌ  ۝١٨
Op die Dag zullen jullie voorgeleid worden, geen van jullie geheimen zal verborgen blijven.
69:19
فَأَمَّا مَنۡ أُوتِيَ كِتَٰبَهُۥ بِيَمِينِهِۦ فَيَقُولُ هَآؤُمُ ٱقۡرَءُواْ كِتَٰبِيَهۡ  ۝١٩
Wat betreft degene die dan zijn boek in zijn rechterhand gegeven zal worden, hij zal zeggen: "Neemt, en leest mijn boek voor.
69:20
إِنِّي ظَنَنتُ أَنِّي مُلَٰقٍ حِسَابِيَهۡ  ۝٢٠
Voorwaar, ik was ervan overtuigd dat ik mijn afrekening zou ontmoeten."
69:21
فَهُوَ فِي عِيشَةٍ رَّاضِيَةٍ  ۝٢١
Hij zal dan een leven van welbehagen leiden.
69:22
فِي جَنَّةٍ عَالِيَةٍ  ۝٢٢
In een hooggelegen Tuin (het Paradijs).
69:23
قُطُوفُهَا دَانِيَةٌ  ۝٢٣
Haar vruchten hangen nabij.
69:24
كُلُواْ وَٱشۡرَبُواْ هَنِيٓـَٔۢا بِمَآ أَسۡلَفۡتُمۡ فِي ٱلۡأَيَّامِ ٱلۡخَالِيَةِ  ۝٢٤
(Er wordt gezegd:) "Eet en drinkt smakelijk wegens wat jullie hebben verricht in de vroegere dagen."
69:25
وَأَمَّا مَنۡ أُوتِيَ كِتَٰبَهُۥ بِشِمَالِهِۦ فَيَقُولُ يَٰلَيۡتَنِي لَمۡ أُوتَ كِتَٰبِيَهۡ  ۝٢٥
En wat betreft degene die zijn boek in zijn linkerhand gegeven zal worden, hij zal zeggen: "Wee mij! Was mijn boek maar niet (aan mij) gegeven!
69:26
وَلَمۡ أَدۡرِ مَا حِسَابِيَهۡ  ۝٢٦
En ik weet niet hoe mij afrekening zal zijn.
69:27
يَٰلَيۡتَهَا كَانَتِ ٱلۡقَاضِيَةَ  ۝٢٧
Was de dood maar de beëindiger van alles.
69:28
مَآ أَغۡنَىٰ عَنِّي مَالِيَهۡۜ  ۝٢٨
Mijn bezittingen baten mij niet.
69:29
هَلَكَ عَنِّي سُلۡطَٰنِيَهۡ  ۝٢٩
Mijn macht is van mij heengegaan."
69:30
خُذُوهُ فَغُلُّوهُ  ۝٣٠
(Allah zegt:) "Grijpt hem en bindt zijn handen om zijn nek.
69:31
ثُمَّ ٱلۡجَحِيمَ صَلُّوهُ  ۝٣١
En doet hem in Djahîm (de Hel) binnengaan.
69:32
ثُمَّ فِي سِلۡسِلَةٍ ذَرۡعُهَا سَبۡعُونَ ذِرَاعًا فَٱسۡلُكُوهُ  ۝٣٢
Voert hem daarna binnen in ketenen waarvan de lengte zeventig ellen is.''
69:33
إِنَّهُۥ كَانَ لَا يُؤۡمِنُ بِٱللَّهِ ٱلۡعَظِيمِ  ۝٣٣
Voorwaar, hij geloofde niet in Allah, de Geweldige.
69:34
وَلَا يَحُضُّ عَلَىٰ طَعَامِ ٱلۡمِسۡكِينِ  ۝٣٤
En hij moedigde niet aan tot het voeden van de armen.


📚Juz 29 📄567 / 604



Mishary Rashid Alafasy
Mahmoud Khalil Al-Husary
Abdurrahman As-Sudais
Mohamed Siddiq Al-Minshawi
Abdul Basit Abdul Samad
Ali Al-Hudhaify
Ahmed ibn Ali al-Ajamy
Abu Bakr Ash-Shaatree
Muhammad Ayyoub
Abdullah Basfar
Abdullah Al-Juhani
Maher Al Muaiqly
0:00
0:00
-

Heilige Koran


Monday, August 31, 2026

Don't forget us in your sincere prayers