📖 0/604 pagina's gelezen
📄 578
كـَلَّا بَلۡ تُحِبُّونَ ٱلۡعَاجِلَةَ  ۝٢٠ وَتَذَرُونَ ٱلۡأٓخِرَةَ  ۝٢١ وُجُوهٌ يَوۡمَئِذٍ نَّاضِرَةٌ  ۝٢٢ إِلَىٰ رَبِّهَا نَاظِرَةٌ  ۝٢٣ وَوُجُوهٌ يَوۡمَئِذِۭ بَاسِرَةٌ  ۝٢٤ تَظُنُّ أَن يُفۡعَلَ بِهَا فَاقِرَةٌ  ۝٢٥ كـَلَّآ إِذَا بَلَغَتِ ٱلتَّرَاقِيَ  ۝٢٦ وَقِيلَ مَنۡۜ رَاقٍ  ۝٢٧ وَظَنَّ أَنَّهُ ٱلۡفِرَاقُ  ۝٢٨ وَٱلۡتَفَّتِ ٱلسَّاقُ بِٱلسَّاقِ  ۝٢٩ إِلَىٰ رَبِّكَ يَوۡمَئِذٍ ٱلۡمَسَاقُ  ۝٣٠ فَلَا صَدَّقَ وَلَا صَلَّىٰ  ۝٣١ وَلَٰكِن كَذَّبَ وَتَوَلَّىٰ  ۝٣٢ ثُمَّ ذَهَبَ إِلَىٰٓ أَهۡلِهِۦ يَتَمَطَّىٰٓ  ۝٣٣ أَوۡلَىٰ لَكَ فَأَوۡلَىٰ  ۝٣٤ ثُمَّ أَوۡلَىٰ لَكَ فَأَوۡلَىٰٓ  ۝٣٥ أَيَحۡسَبُ ٱلۡإِنسَٰنُ أَن يُتۡرَكَ سُدًى  ۝٣٦ أَلَمۡ يَكُ نُطۡفَةً مِّن مَّنِيٍّ يُمۡنَىٰ  ۝٣٧ ثُمَّ كَانَ عَلَقَةً فَخَلَقَ فَسَوَّىٰ  ۝٣٨ فَجَعَلَ مِنۡهُ ٱلزَّوۡجَيۡنِ ٱلذَّكَرَ وَٱلۡأُنثَىٰٓ  ۝٣٩ أَلَيۡسَ ذَٰلِكَ بِقَٰدِرٍ عَلَىٰٓ أَن يُحۡـِۧيَ ٱلۡمَوۡتَىٰ  ۝٤٠
Soera Al-Insan
bismillah
هَلۡ أَتَىٰ عَلَى ٱلۡإِنسَٰنِ حِينٌ مِّنَ ٱلدَّهۡرِ لَمۡ يَكُن شَيۡـًٔا مَّذۡكُورًا  ۝١ إِنَّا خَلَقۡنَا ٱلۡإِنسَٰنَ مِن نُّطۡفَةٍ أَمۡشَاجٍ نَّبۡتَلِيهِ فَجَعَلۡنَٰهُ سَمِيعَۢا بَصِيرًا  ۝٢ إِنَّا هَدَيۡنَٰهُ ٱلسَّبِيلَ إِمَّا شَاكِرًا وَإِمَّا كَفُورًا  ۝٣ إِنَّآ أَعۡتَدۡنَا لِلۡكَٰفِرِينَ سَلَٰسِلَاْ وَأَغۡلَٰلًا وَسَعِيرًا  ۝٤ إِنَّ ٱلۡأَبۡرَارَ يَشۡرَبُونَ مِن كَأۡسٍ كَانَ مِزَاجُهَا كَافُورًا  ۝٥
75:20
كـَلَّا بَلۡ تُحِبُّونَ ٱلۡعَاجِلَةَ  ۝٢٠
Nee! Jullie houden van het voorbijgaande.
75:21
وَتَذَرُونَ ٱلۡأٓخِرَةَ  ۝٢١
En jullie besteden geen aandacht aan het Hiernamaals.
75:22
وُجُوهٌ يَوۡمَئِذٍ نَّاضِرَةٌ  ۝٢٢
Gezichten zullen op die Dag verlicht zijn.
75:23
إِلَىٰ رَبِّهَا نَاظِرَةٌ  ۝٢٣
Naar hun Heer zullen zij zien.
75:24
وَوُجُوهٌ يَوۡمَئِذِۭ بَاسِرَةٌ  ۝٢٤
En gezichten zullen op die Dag duister zijn.
75:25
تَظُنُّ أَن يُفۡعَلَ بِهَا فَاقِرَةٌ  ۝٢٥
Zij weten zeker dat een verpletterende ramp over hen zal worden gebracht.
75:26
كـَلَّآ إِذَا بَلَغَتِ ٱلتَّرَاقِيَ  ۝٢٦
Nee, wanneer de (laatste) adem in de keel stokt.
75:27
وَقِيلَ مَنۡۜ رَاقٍ  ۝٢٧
En er gezegd wordt: "Wie kan genezen?"
75:28
وَظَنَّ أَنَّهُ ٱلۡفِرَاقُ  ۝٢٨
En hij beseft dat het afscheid is gekomen.
75:29
وَٱلۡتَفَّتِ ٱلسَّاقُ بِٱلسَّاقِ  ۝٢٩
En de benen (in doodsangst) over elkaar liggen.
75:30
إِلَىٰ رَبِّكَ يَوۡمَئِذٍ ٱلۡمَسَاقُ  ۝٣٠
Naar jouw Heer worden zij Die Dag gesleept.
75:31
فَلَا صَدَّقَ وَلَا صَلَّىٰ  ۝٣١
Hij geloofde (de Koran en de Boodschapper) niet, en hij verrichtte de shalât niet.
75:32
وَلَٰكِن كَذَّبَ وَتَوَلَّىٰ  ۝٣٢
Maar hij loochende en hij wendde zich af.
75:33
ثُمَّ ذَهَبَ إِلَىٰٓ أَهۡلِهِۦ يَتَمَطَّىٰٓ  ۝٣٣
Daarna ging hij naar zijn verwanten, hoogmoedig.
75:34
أَوۡلَىٰ لَكَ فَأَوۡلَىٰ  ۝٣٤
Wee jou, wee!
75:35
ثُمَّ أَوۡلَىٰ لَكَ فَأَوۡلَىٰٓ  ۝٣٥
Nogmaals, wee jou, wee!
75:36
أَيَحۡسَبُ ٱلۡإِنسَٰنُ أَن يُتۡرَكَ سُدًى  ۝٣٦
Denkt de mens dat hij ongemoeid zal worden gelaten?
75:37
أَلَمۡ يَكُ نُطۡفَةً مِّن مَّنِيٍّ يُمۡنَىٰ  ۝٣٧
Was hij niet eerst een druppel van uitgestort sperma?
75:38
ثُمَّ كَانَ عَلَقَةً فَخَلَقَ فَسَوَّىٰ  ۝٣٨
En vervolgens een bloedklonter waarna Hij (hem) schiep en nauwkeurig vormde?
75:39
فَجَعَلَ مِنۡهُ ٱلزَّوۡجَيۡنِ ٱلذَّكَرَ وَٱلۡأُنثَىٰٓ  ۝٣٩
Zo maakte Hij daarvan de twee geslachten, de man en de vrouw.
75:40
أَلَيۡسَ ذَٰلِكَ بِقَٰدِرٍ عَلَىٰٓ أَن يُحۡـِۧيَ ٱلۡمَوۡتَىٰ  ۝٤٠
Is Degene met zo'n macht niet in staat de doden tot leven te brengen?
Soera Al-Insan
bismillah
76:1
هَلۡ أَتَىٰ عَلَى ٱلۡإِنسَٰنِ حِينٌ مِّنَ ٱلدَّهۡرِ لَمۡ يَكُن شَيۡـًٔا مَّذۡكُورًا  ۝١
Voorzeker, er is voor de mens een periode geweest waarin hij in niets gedenkwaardig was.
76:2
إِنَّا خَلَقۡنَا ٱلۡإِنسَٰنَ مِن نُّطۡفَةٍ أَمۡشَاجٍ نَّبۡتَلِيهِ فَجَعَلۡنَٰهُ سَمِيعَۢا بَصِيرًا  ۝٢
Voorwaar, Wij hebben de mens geschapen uit een gemengde druppel om hem te beproeven. Daarop gaven Wij hem het gehoor en gezichtsvermogen.
76:3
إِنَّا هَدَيۡنَٰهُ ٱلسَّبِيلَ إِمَّا شَاكِرًا وَإِمَّا كَفُورًا  ۝٣
Voorwaar, Wij wezen hem de Weg: wordt hij dankbaar of wordt hij ondankbaar?
76:4
إِنَّآ أَعۡتَدۡنَا لِلۡكَٰفِرِينَ سَلَٰسِلَاْ وَأَغۡلَٰلًا وَسَعِيرًا  ۝٤
Voorwaar, voor de ongelovigen hebben Wij kettingen, en ketens en Sa'îr (de Hel) bereid.
76:5
إِنَّ ٱلۡأَبۡرَارَ يَشۡرَبُونَ مِن كَأۡسٍ كَانَ مِزَاجُهَا كَافُورًا  ۝٥
Voorwaar, de deugdzamen zullen drinken uit een beker waarvan de mengdrank van Kâfôer (kamfer) is.


📚Juz 29 📄578 / 604



Mishary Rashid Alafasy
Mahmoud Khalil Al-Husary
Abdurrahman As-Sudais
Mohamed Siddiq Al-Minshawi
Abdul Basit Abdul Samad
Ali Al-Hudhaify
Ahmed ibn Ali al-Ajamy
Abu Bakr Ash-Shaatree
Muhammad Ayyoub
Abdullah Basfar
Abdullah Al-Juhani
Maher Al Muaiqly
0:00
0:00
-

Heilige Koran


Tuesday, September 1, 2026

Don't forget us in your sincere prayers