Soera Ash-Shu'ara pdf — Downloaden (Nederlands)
Soera Ash-Shu'ara pdf Nederlands — Downloaden Soera Ash-Shu'ara Vertaling. Soera Ash-Shu'ara (Mekkaans) 227 Vers.
Related
- Soera Ash-Shu'ara VertalingNederlands
- Soera Ash-Shu'ara mp3Luisteren
- Quran Index Nederlands114
More Soera PDF
Soera Ash-Shu'ara

ﭑﭒ
26:1
Tha Sîn Mîm.
ﭓﭔﭕﭖﭗ
26:2
Dit zijn Verzen van het duidelijke Boek.
ﭘﭙﭚﭛﭜﭝﭞ
26:3
Misschien zou jij jezelf vernietigen van verdriet omdat zij geen gelovigen zijn.
ﭟﭠﭡﭢﭣﭤﭥﭦﭧﭨﭩﭪ
26:4
Als Wij het gewenst hadden, hadden Wij een Teken uit de hemel tot hen doen neerdalen, zodat hun nekken ervoor gebogen bleven.
ﭫﭬﭭﭮﭯﭰﭱﭲﭳﭴﭵﭶ
26:5
Er komt geen nieuwe Vemaning van de Erbarmer tot hen, of zij wenden zich eman af.
ﭷﭸﭹﭺﭻﭼﭽﭾﭿ
26:6
Voorzeker, zij loochenden, maar berichten over wat zij plachten te bespotten zullen tot hen komen.
ﮀﮁﮂﮃﮄﮅﮆﮇﮈﮉﮊﮋ
26:7
Kijken zij dan aiet naar de aarde, hoeveel Wij er van allerlei rijke soorten grwassen op doen groeien?
ﮌﮍﮎﮏﮐﮑﮒﮓﮔﮕ
26:8
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.
ﮖﮗﮘﮙﮚﮛ
26:9
En voorwaar, jouw Heer: Hij is zeker de Almachtige, Meest Barmhartige.
ﮜﮝﮞﮟﮠﮡﮢﮣﮤ
26:10
(Gedenk) toen jouw Heer Môesa opriep: "Ga naar het volk van de onrechtvaardigen.
ﮥﮦﮧﮨﮩﮪ
26:11
Het volk van Fir'aun, vrezen zij (Allah) niet?
ﮫﮬﮭﮮﮯﮰﮱ
26:12
Hij (Môesa) zei: "Mijn Heer, ik ben bang dat zij mij loochenen.
ﯓﯔﯕﯖﯗﯘﯙﯚﯛ
26:13
En dat mijn borst zich zal vernauwen en dat ik niet vloeiend zal spreken, zend daarom (de Engel) naar Hârôen.
ﯜﯝﯞﯟﯠﯡﯢ
26:14
En zij hebben (een beschuldiging van) een misdaad tegen mij en ik ben bang dat zij mij zullen doden."
ﯣﯤﯥﯦﯧﯨﯩﯪﯫﯬ
26:15
Hij (Allah) zei: "Nee, gaat dus beiden met Onze Tekenen: voorwaar, Wij zijn met jullie, luisterend.
ﯭﯮﯯﯰﯱﯲﯳﯴ
26:16
Gaat daarom naar Fir'aun en zegt: "Voorwaar, wij zijn de Boodschappers van de Heer der Werelden.
ﯵﯶﯷﯸﯹﯺ
26:17
Zend de Kinderen van Israël met ons."
ﯻﯼﯽﯾﯿﰀﰁﰂﰃﰄﰅ
26:18
Hij (Fir'aun) zei: "Hebben wij jou niet als een kind onder ons opgevoed en verbleef jij geen jaren van jouw leven onder ons?
ﰆﰇﰈﰉﰊﰋﰌﰍ
26:19
En jij deed wat jij deed en jij behooft tot de ondankbaren."
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖﭗ
26:20
Hij (Môesa) zei: "Ik heb dat gedaan toen ik tot de onnadenkenden behoorde.
ﭘﭙﭚﭛﭜﭝﭞﭟﭠﭡﭢﭣ
26:21
Dus vluchtte ik weg toen ik bang voor jullie was. Daarop heeft mijn Heer aan mij Wijsheid ij gegeven en gemaakt dat ik tot de Boodschappers behoorde.
ﭤﭥﭦﭧﭨﭩﭪﭫﭬ
26:22
En dit is de gunst die jij mij bewees: dat jij de Kinderen van Israël tot slaven gemaakt hebt."
ﭭﭮﭯﭰﭱﭲ
26:23
Fiir'aun zei: "En wie is de Heer der Werelden?"
ﭳﭴﭵﭶﭷﭸﭹﭺﭻﭼﭽ
26:24
Hij (Môesa) zei: "De Heer van de hemelen en de aarde en wat tussen hen beide is, als jullie er maar van overtuigd waren."
ﭾﭿﮀﮁﮂﮃ
26:25
Hij (Fir'aun) zei tot hen die rondom hem waren: "Luisteren jullie niet?"
ﮄﮅﮆﮇﮈﮉ
26:26
Hij (Môesa) zei: "Juitie Heer en de Heer van jullie voorvaderen."
ﮊﮋﮌﮍﮎﮏﮐﮑ
26:27
Hij (Fir'aun) zei: "Voorwaar, jullie Boodschapper die tot jullie gezonden is, is zeker bezeten."
ﮒﮓﮔﮕﮖﮗﮘﮙﮚﮛﮜ
26:28
Hij (Môesa) zei: "De Heer van het Oosten en het Westen en wat tussen hen beide is, als jullie begrijpen."
ﮝﮞﮟﮠﮡﮢﮣﮤﮥ
26:29
Hij (Fir'aun) zei: "Als jij een andere god dan mij hebt aangenomen, dan zal ik jou zeker tot een van de gevangenen maken."
ﮦﮧﮨﮩﮪﮫ
26:30
Hij (Môesa) zei: "Zelfs als ik jou iets duidelijks kan laten zien?"
ﮬﮭﮮﮯﮰﮱﯓﯔ
26:31
Hij (Fir'aun) zei: "Breng het maar, als jij tot de waarachtigen behoort."
ﯕﯖﯗﯘﯙﯚﯛ
26:32
Toen wierp hij zijn staf neer en daarop werd het een duidelijke slang.
ﯜﯝﯞﯟﯠﯡﯢ
26:33
En hij strekte zijn hand uit en die werd wit voor de toeschouwers.
ﯣﯤﯥﯦﯧﯨﯩﯪ
26:34
Hij (Fir'aun) zei tegen de vooraanstaanden rondom hem: "Voorwaar, dit is zeker een bekwame tovenaar.
ﯫﯬﯭﯮﯯﯰﯱﯲﯳ
26:35
Hij wil jullie uit jullie land verdrijven met zijn tovenarij. Dus wat adviseren jullie?"
ﯴﯵﯶﯷﯸﯹﯺﯻ
26:36
Zij zeiden: "Stel (de zaak van) hem en zijn broeder uit en stuur bijeenroepers naar de steden.
ﯼﯽﯾﯿﰀ
26:37
Zij zullen elke bekwame tovenaar bij jou brengen.
ﰁﰂﰃﰄﰅﰆ
26:38
Zo werden de tovenaars verzameld op een afgesprokem lijd op een aangewezen dag.
ﰇﰈﰉﰊﰋﰌ
26:39
En tot de mensen werd gezegd: "Zijn jullie nu bijeengekomen?
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖﭗﭘ
26:40
Moge wij de tovenaars volgen als zij de overwinnaars zijn."
ﭙﭚﭛﭜﭝﭞﭟﭠﭡﭢﭣﭤﭥ
26:41
Toen de tovenaars kwamen, zeiden zij tot Fir'aun: "Krijgen we zeker een beloning, als wij de overwinnaars zijn?"
ﭦﭧﭨﭩﭪﭫﭬ
26:42
Hij zei: "Ja, jullie zullen dan tot de (mij) nabijen behoren."
ﭭﭮﭯﭰﭱﭲﭳﭴ
26:43
Môesa zei tot hen: "Werpt maar wat jullie te werpen hebben."
ﭵﭶﭷﭸﭹﭺﭻﭼﭽﭾ
26:44
Toen wierpen zij hun touwen en staven neer, terwijl zij zeiden: "Bij de eer van Fir'aun: voorwaar, wij zullen zeker de overwinnaars zijn."
ﭿﮀﮁﮂﮃﮄﮅﮆﮇ
26:45
Toen wierp Môesa zijn staf neer, en toen verslond zij wat zij met hun bedrog hadden gemaakt.
ﮈﮉﮊﮋ
26:46
Toen wierpen de tovenaan zich neer, knielend.
ﮌﮍﮎﮏﮐ
26:47
Zij zeiden: "Wij geloven in de Heer der Werelden.
ﮑﮒﮓﮔ
26:48
De Heer van Môesa en Hârôen."
ﮕﮖﮗﮘﮙﮚﮛﮜﮝﮞﮟﮠﮡﮢﮣﮤﮥﮦﮧﮨﮩﮪﮫﮬ
26:49
Hij (Fir'aun) zei: "Geloven jullie hem voordat ik jullie toestemming geef? Voorwaar, hij is zeker jullie meerdere die jullie de tovenarij onderwees. En spoedig zullen jullie het weten: ik zal jullie handen en jullie voeten aan tegenovergestelde kanten afhakken en ik zal jullie allen kruisigen."
ﮭﮮﮯﮰﮱﯓﯔﯕﯖ
26:50
Zij (de tovenaars) zeiden: "Het deert (ons) niet. Voorwaar, wij zullen naar onze Heer terugkeren.
ﯗﯘﯙﯚﯛﯜﯝﯞﯟﯠﯡﯢ
26:51
Voorwaar, wij verlangen dat Hij onze fouten vergeeft, omdat wij de eersten van de gelovigen zijn."
ﯣﯤﯥﯦﯧﯨﯩﯪﯫﯬ
26:52
En wij openbaarden aan Môesa: "Reis in de nacht met Mijn dienaren: voorwaar, jullie zullen achtervolgd worden."
ﯭﯮﯯﯰﯱﯲ
26:53
Toen stuurde Fir'aun bijeenroepers de steden in.
ﯳﯴﯵﯶﯷ
26:54
"Diegenen zijn zeker een kleine groep.
ﯸﯹﯺﯻ
26:55
En voorwaar, zij hebben ons woedend gemaakt.
ﯼﯽﯾﯿ
26:56
En voorwaar, wij zijn zeker allen voorzichtig."
ﰀﰁﰂﰃﰄ
26:57
Toen verdreven Wij hen van de tuinen en bronnen.
ﰅﰆﰇﰈ
26:58
En de schatten en eervolle plaatsen.
ﰉﰊﰋﰌﰍﰎ
26:59
Zo was het; en Wij deden de Kinderen van Israël het erven.
ﰏﰐﰑ
26:60
Toen achtervolgden zij hen bij zonsopgang.
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖﭗﭘﭙ
26:61
En toen de twee groepen elkaar zagen, zeiden de metgezellen van Môesa: "Voorwaar, wij worden zeker bereikt!"
ﭚﭛﭜﭝﭞﭟﭠﭡ
26:62
Hij (Môesa) zei: "Zeker niet voorwaar, mijn Heer is met mij, Hij zal mij lieden."
ﭢﭣﭤﭥﭦﭧﭨﭩﭪﭫﭬﭭﭮﭯﭰ
26:63
Toen openbaarden Wij aan Môesa: "Sla de zee met jouw staf." Toen spleet de zee en elk gedeelte was als een geweldige berg.
ﭱﭲﭳﭴ
26:64
En Wij deden de anderen daar dichtbij komen.
ﭵﭶﭷﭸﭹﭺ
26:65
En wij redden Môesa en allen die bij hem waren.
ﭻﭼﭽﭾ
26:66
Vervolgens verdronken Wij de anderen.
ﭿﮀﮁﮂﮃﮄﮅﮆﮇﮈ
26:67
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.
ﮉﮊﮋﮌﮍﮎ
26:68
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.
ﮏﮐﮑﮒﮓ
26:69
En lees hun de geschiedenis van Ibrâhîm voor.
ﮔﮕﮖﮗﮘﮙﮚ
26:70
(Gedenk) toen hij tot zijn vader en zijn volk zei: "Wat aanbidden jullie?"
ﮛﮜﮝﮞﮟﮠﮡ
26:71
Zij zeiden: "Wij aanbidden afgoden en wij zullen hen blijven aanbidden."
ﮢﮣﮤﮥﮦﮧ
26:72
Hij (Ibrâhîm) zei: "Horen zij jullie, wanneer jullie hen aanroepen?
ﮨﮩﮪﮫﮬ
26:73
Of brengen zij jullie voordeel of berokkenen zij jullie nadeel?
ﮭﮮﮯﮰﮱﯓﯔ
26:74
Zij zeiden. "Wij vonden dat zelfs onze vaderen zo deden."
ﯕﯖﯗﯘﯙﯚ
26:75
Hij (Ibrâhîm) zei: "Hebben jullie dain gezien wat jullie plegen te aanbidden?
ﯛﯜﯝﯞ
26:76
Jullie en jullie vaderen die voorafgingen?
ﯟﯠﯡﯢﯣﯤﯥ
26:77
Voorwaar, zij zijn een vijand voor mij, (ik aanbid niemand) behalve de Heer der Werelden.
ﯦﯧﯨﯩﯪ
26:78
Degene Die mij geschapen heeft, Hij leidt mij.
ﯫﯬﯭﯮﯯ
26:79
En Hij is Degene Die mij voedt en Die mij te drinken geeft.
ﯰﯱﯲﯳﯴ
26:80
En wanneer ik ziek ben, is Hij het Die mij geneest.
ﯵﯶﯷﯸﯹ
26:81
Degene Die mij doet sterven en mi vervolgens doet leven.
ﯺﯻﯼﯽﯾﯿﰀﰁﰂ
26:82
En Degene van Wie ik hevig verlang dat Hij mijn zonden zal vergeven op de Dag des Oordeels.
ﰃﰄﰅﰆﰇﰈﰉ
26:83
Mijn Heer, schenk mij wijsheid en verenig mij met de rechtschapenen.
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖﭗ
26:84
En maak mijn naam vermaard onder de lateren.
ﭘﭙﭚﭛﭜﭝ
26:85
En maak mij één van de erfgenamen van de Tuin van de gelukzaligheid (het Paradijs).
ﭞﭟﭠﭡﭢﭣﭤ
26:86
En vergeef mijn vader, waal bij behoorde tot de dwalenden.
ﭥﭦﭧﭨﭩ
26:87
En verneder mij niet op de Dag waarop er wordt opgewekt.
ﭪﭫﭬﭭﭮﭯﭰ
26:88
Op de Dag, waarop rijkdom en zonen niet zullen baten.
ﭱﭲﭳﭴﭵﭶﭷ
26:89
Alleen bij (zal gebaat zijn), die naar Allah komt met een zuiver hart
ﭸﭹﭺﭻ
26:90
En de Tuin wordt dichtbij de Moettaqôen gebracht.
ﭼﭽﭾﭿ
26:91
En Djahîm (de Hel) wordt tentoongesteld aan de dwalenden.
ﮀﮁﮂﮃﮄﮅﮆ
26:92
En tot hen wordt gezegd: "Waar is het, wat jullie plachten te aanbidden?
ﮇﮈﮉﮊﮋﮌﮍﮎ
26:93
Naast Allah? Kunnen zij jullie helpen of zichzelf helpen?
ﮏﮐﮑﮒﮓ
26:94
Dan worden zij hals over kop daarin geslingerd, zij en de dwalenden.
ﮔﮕﮖﮗ
26:95
En de troepen van Iblîs (de Satan), allemaal.
ﮘﮙﮚﮛﮜ
26:96
Zij zeggen, terwijl zij met elkaar redetwisten:
ﮝﮞﮟﮠﮡﮢﮣ
26:97
"Bij Allah, wij verkeerden zeker in een duidelijke dwaling.
ﮤﮥﮦﮧﮨ
26:98
Dat wij jullie (de afgoden) gelijkstelden met de Heer der Werelden.
ﮩﮪﮫﮬﮭ
26:99
En alleen de misdadigers hebben ons doen afdwalen.
ﮮﮯﮰﮱﯓ
26:100
En wij hebben geen voorsprekers,
ﯔﯕﯖﯗ
26:101
En geen boezemvriend.
ﯘﯙﯚﯛﯜﯝﯞﯟ
26:102
Was er voor ons maar een weg terug, dan zouden wij tot de gelovigen behoren."
ﯠﯡﯢﯣﯤﯥﯦﯧﯨﯩ
26:103
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn ongelovigen.
ﯪﯫﯬﯭﯮﯯ
26:104
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.
ﯰﯱﯲﯳﯴ
26:105
Het volk van Nôeh loochende de Boodschappers.
ﯵﯶﯷﯸﯹﯺﯻﯼ
26:106
(Gedenk) toen hun broeder Nôeh tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet?
ﯽﯾﯿﰀﰁ
26:107
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.
ﰂﰃﰄﰅ
26:108
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
ﰆﰇﰈﰉﰊﰋﰌﰍﰎﰏﰐﰑﰒ
26:109
Ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.
ﰓﰔﰕﰖ
26:110
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
ﰗﰘﰙﰚﰛﰜﰝ
26:111
Zij zeiden: "Zouden wij jou volgen, terwijl de meest nederigen jou volgen?"
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖﭗ
26:112
Hij (Nôeh) zei: "En ik heb geen kennis over wat zij deden.
ﭘﭙﭚﭛﭜﭝﭞﭟﭠ
26:113
Hun afrekening is slechts bij mijn Heer, als jullie het maar zouden beseffen.
ﭡﭢﭣﭤﭥ
26:114
Ik zal de gelovigen zeker niet wegjagen.
ﭦﭧﭨﭩﭪﭫ
26:115
Ik ben slechts een duidelijke waarschuwer."
ﭬﭭﭮﭯﭰﭱﭲﭳﭴ
26:116
Zij zeiden: "Als jij er niet mee ophoudt, O Nôeh, dan behoor jij tot degenen die gestenigd worden!"
ﭵﭶﭷﭸﭹﭺ
26:117
Hij (Nôeh) zei: "Mijn Heer, voorwaar mijn volk loochent mij.
ﭻﭼﭽﭾﭿﮀﮁﮂﮃﮄ
26:118
Spreek daarom een oordeel uit tussen mij en hen. En red mij en de gelovigen die met mij zijn."
ﮅﮆﮇﮈﮉﮊﮋ
26:119
Toen redden Wij hem en degenen die met hem in het beladen schip waren.
ﮌﮍﮎﮏﮐ
26:120
En vervolgens verdronken Wij degenen die achterbleven (in de zondvloed).
ﮑﮒﮓﮔﮕﮖﮗﮘﮙﮚ
26:121
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.
ﮛﮜﮝﮞﮟﮠ
26:122
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.
ﮡﮢﮣﮤ
26:123
Het volk van de 'Âd loochende de Boodschappers.
ﮥﮦﮧﮨﮩﮪﮫﮬ
26:124
(Gedenk) toen hun broeder Hôed tot hen zei: "Vrezen jullie Allah niet?
ﮭﮮﮯﮰﮱ
26:125
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.
ﯓﯔﯕﯖ
26:126
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
ﯗﯘﯙﯚﯛﯜﯝﯞﯟﯠﯡﯢﯣ
26:127
En ik vraag jullie er geen beloning voor, want mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.
ﯤﯥﯦﯧﯨﯩ
26:128
Zouden jullie op elke heuvel een gebouw bouwen om jullie te vermaken?
ﯪﯫﯬﯭﯮ
26:129
En bouwen jullie paleizen in de hoop dat jullie eeuwig leven?
ﯯﯰﯱﯲﯳ
26:130
En als jullie toeslaan, slaan jullie toe als geweldenaars.
ﯴﯵﯶﯷ
26:131
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
ﯸﯹﯺﯻﯼﯽ
26:132
En vrom Hem Die jullie dat geschonken heeft waarover jullie weten.
ﯾﯿﰀﰁ
26:133
En Hij Die jullie vee en zonen schenkt.
ﰂﰃﰄ
26:134
En tuinen en bronnen.
ﰅﰆﰇﰈﰉﰊﰋ
26:135
Voorwaar, ik vrees voor jullie een bestraffing op de geweldige Dag."
ﰌﰍﰎﰏﰐﰑﰒﰓﰔﰕ
26:136
Zij zeiden: "Voor ons is het hetzelfde of jij ons waarschuwt of dat jij niet tot de waarschuwers behoort.
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖ
26:137
Dit is slechts een gewoonte van de vroegeren.
ﭗﭘﭙﭚ
26:138
En wij zullen niet behoren tot hen die gestraft worden."
ﭛﭜﭝﭞﭟﭠﭡﭢﭣﭤﭥﭦﭧ
26:139
Maar zij loochenden hem, dus vernietigden Wij hen. Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen waren gew gelovigen.
ﭨﭩﭪﭫﭬﭭ
26:140
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.
ﭮﭯﭰﭱ
26:141
Het volk van de Tsamôed loochende de Boodschappers.
ﭲﭳﭴﭵﭶﭷﭸﭹ
26:142
(Gedenk) toen hun broeder Shâlih tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet?
ﭺﭻﭼﭽﭾ
26:143
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.
ﭿﮀﮁﮂ
26:144
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
ﮃﮄﮅﮆﮇﮈﮉﮊﮋﮌﮍﮎﮏ
26:145
En ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.
ﮐﮑﮒﮓﮔﮕ
26:146
Zullen jullie in veiligheid gelaten worden temidden van wat hier is?
ﮖﮗﮘﮙ
26:147
Temidden van tuinen en bronnen.
ﮚﮛﮜﮝﮞ
26:148
En akkerland en dadelpalmen met tere trossen.
ﮟﮠﮡﮢﮣﮤ
26:149
En jullie houwen vaardig huizen uit in de bergen.
ﮥﮦﮧﮨ
26:150
Vreest dan Allah en gehoorzaamt mij.
ﮩﮪﮫﮬﮭ
26:151
En geeft geen gehoor aan het bevel van de buitensporigen.
ﮮﮯﮰﮱﯓﯔﯕ
26:152
Degenen die verderf zaaien op de aarde en zich niet beteren."
ﯖﯗﯘﯙﯚﯛ
26:153
Zij zeiden: "Voorwaar, jij behoort tot de betoverden.
ﯜﯝﯞﯟﯠﯡﯢﯣﯤﯥﯦﯧ
26:154
Jij bent slechts een mens zoals wij. Breng daarom een Teken als jij tot de waarachtigen behoort."
ﯨﯩﯪﯫﯬﯭﯮﯯﯰﯱ
26:155
Hij (Shâlih) zei: "Dit is een vrouwtjeskameel, zij heeft recht om te drinken en jullie hebben recht om te drinken, (ieder) op een vastgestelde dag.
ﯲﯳﯴﯵﯶﯷﯸﯹ
26:156
En treft haar niet met kwaad, want dan zal de straf van een Geweldige Dag jullie treffen.
ﯺﯻﯼﯽ
26:157
Toen slachtten zij haar, daarna werden zij berouwvollen.
ﯾﯿﰀﰁﰂﰃﰄﰅﰆﰇﰈﰉﰊ
26:158
Toen trof de bestraffing hen. Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.
ﰋﰌﰍﰎﰏﰐ
26:159
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.
ﭑﭒﭓﭔﭕ
26:160
Het volk van Lôeth loochende de Boodschappers.
ﭖﭗﭘﭙﭚﭛﭜﭝ
26:161
(Gedenk) toen hun broeder Lôeth tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet?
ﭞﭟﭠﭡﭢ
26:162
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.
ﭣﭤﭥﭦ
26:163
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
ﭧﭨﭩﭪﭫﭬﭭﭮﭯﭰﭱﭲﭳ
26:164
En ik vraag jullie er geen beloning voor, want mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.
ﭴﭵﭶﭷﭸ
26:165
Waarom benaderen jullie van de wereldbcwoners de mannen?
ﭹﭺﭻﭼﭽﭾﭿﮀﮁﮂﮃﮄﮅ
26:166
En verlaten jullie hen die jullie Heer als echtgenotes geschapen heeft? Jullie zijn beslist een overtredend volk!"
ﮆﮇﮈﮉﮊﮋﮌﮍﮎ
26:167
Zij zeiden: "O Lôeth, als jij er niet mee ophoudt, behoor jij tot de verdrevenen."
ﮏﮐﮑﮒﮓﮔ
26:168
Hij in zei: "Voorwaar, ik behoor tot hen die jullie daden verachten.
ﮕﮖﮗﮘﮙﮚ
26:169
Mijn Heer, red mij en mijn familie van wat zij doen."
ﮛﮜﮝﮞ
26:170
En Wij hebben hem en zijn familie allen gered.
ﮟﮠﮡﮢﮣ
26:171
Behalve een oude vrouw onder de achterblijvers.
ﮤﮥﮦﮧ
26:172
Toen vernietigden Wij de anderen.
ﮨﮩﮪﮫﮬﮭﮮﮯ
26:173
En Wij deden een (vulkanische) regen op hen neerstromen, hoe slecht was de regen voor de gewaarschuwden!
ﮰﮱﯓﯔﯕﯖﯗﯘﯙﯚ
26:174
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.
ﯛﯜﯝﯞﯟﯠ
26:175
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad), is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Bamhartige.
ﯡﯢﯣﯤﯥ
26:176
De bewoners van Aikah loochenden de Boodschappers.
ﯦﯧﯨﯩﯪﯫﯬ
26:177
(Gedenk) toen Sjoe'aib tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet?
ﯭﯮﯯﯰﯱ
26:178
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.
ﯲﯳﯴﯵ
26:179
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
ﯶﯷﯸﯹﯺﯻﯼﯽﯾﯿﰀﰁﰂ
26:180
En ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust slechts bij de Heer der Werelden.
ﰃﰄﰅﰆﰇﰈﰉﰊ
26:181
En geeft de volle maat een behoort niet tot hen die tekort doen.
ﰋﰌﰍﰎ
26:182
En weegt met juiste weegschalen.
ﰏﰐﰑﰒﰓﰔﰕﰖﰗﰘ
26:183
En benadeelt niet de mensen in hun zaken en verricht geen kwaad op aarde, als verderfzaaiers.
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖ
26:184
En vreest Degene Die jullie en de vroegere generaties geschapen heeft."
ﭗﭘﭙﭚﭛﭜ
26:185
Zij zeiden: "Voorwaar, jij behoort slechts tot de betoverden.
ﭝﭞﭟﭠﭡﭢﭣﭤﭥﭦ
26:186
En jij bent slechts een mens als wij ein wij vinden dat jij zeker tot de leugenaars behoort.
ﭧﭨﭩﭪﭫﭬﭭﭮﭯﭰ
26:187
Laat dan eens een stuk van de hemel op ons vallen, als jij tot de waarachtigen behoort."
ﭱﭲﭳﭴﭵﭶ
26:188
Hij zei: "Mijn Heer weet het beste wat jullie doen."
ﭷﭸﭹﭺﭻﭼﭽﭾﭿﮀﮁﮂ
26:189
Maar zij loochenden hem, waarop een bestraffing hen trofop een zwaarbewolkte dag. Voorwaar, het was een bestraffing van een geweldige dag.
ﮃﮄﮅﮆﮇﮈﮉﮊﮋﮌ
26:190
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van ben zijn geen gelovigen.
ﮍﮎﮏﮐﮑﮒ
26:191
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Bamhartige.
ﮓﮔﮕﮖﮗ
26:192
En voorwaar, hij (de Koran) is zeker een neerzending van de Heer der Werelden.
ﮘﮙﮚﮛﮜ
26:193
Met hem (de Koran) daalde de getrouwe Geest (Djibrîl) neer.
ﮝﮞﮟﮠﮡﮢ
26:194
Op jouw hart (O Moehammad), opdat jij tot de waarschuwers behoort.
ﮣﮤﮥﮦ
26:195
In een duidelijke Arabische taal.
ﮧﮨﮩﮪﮫ
26:196
En voorwaar, hij (de Koran) is zeker (aangekondigd) in de Schriften van de vroegeren.
ﮬﮭﮮﮯﮰﮱﯓﯔﯕﯖ
26:197
Is het voor hen dan geen teken dat de geleerden van de Kinderen van Israël hem kennen?
ﯗﯘﯙﯚﯛﯜ
26:198
En als Wij hem am de niet-Arabieren hadden doen neerdalen.
ﯝﯞﯟﯠﯡﯢﯣ
26:199
(En als) hij hem dan aan ben voorgedragen had, dan hadden zij er niet in geloofd.
ﯤﯥﯦﯧﯨﯩ
26:200
Op deze wijze deden Wij hem binnendringen in de barten van de misdadigers.
ﯪﯫﯬﯭﯮﯯﯰﯱ
26:201
Zij zullen er niet in geloven totdat zij de pijnlijke bestraffing zien.
ﯲﯳﯴﯵﯶﯷ
26:202
Die plotseling tot ben zal komen, terwijl zij het niet beseffen.
ﯸﯹﯺﯻﯼ
26:203
Dan zeggen zij: "Krijgen wij uitstel?"
ﯽﯾﯿ
26:204
Vragen zij dan dat Onze bestraffing bespoedigd wordt?
ﰀﰁﰂﰃﰄ
26:205
Wat denk jij dan, als Wij hun (enige) jaren laten genieten?
ﰅﰆﰇﰈﰉﰊ
26:206
En daarop tot hen komt wat beloofd was?
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖﭗ
26:207
Het zal hun niet baten, wat hun aan genot gegeven was.
ﭘﭙﭚﭛﭜﭝﭞﭟ
26:208
En Wij hebben geen stad vernietigd zonder dat er voor haar waarschuwers waren geweest.
ﭠﭡﭢﭣﭤ
26:209
Als een waarschuwing: en Wij weren geen onrechtvaardigen.
ﭥﭦﭧﭨﭩ
26:210
En hij (de Koran) is niet door de Satans neergedaald.
ﭪﭫﭬﭭﭮﭯ
26:211
Het past hun niet en zij zijn er niet toe in staat.
ﭰﭱﭲﭳﭴ
26:212
Voorwaar, van het horen (ervan) zijn zij zeker buitengesloten.
ﭵﭶﭷﭸﭹﭺﭻﭼﭽﭾ
26:213
Roept dus geen andere goden naast Allah aan, anders zal jij tot de bestraften behoren.
ﭿﮀﮁﮂ
26:214
En waarschuw jouw naaste familieleden.
ﮃﮄﮅﮆﮇﮈﮉ
26:215
En wees bescheiden eva nederig tegenover de gelovigen die jou volgen.
ﮊﮋﮌﮍﮎﮏﮐﮑ
26:216
En als zij jou dan ongehoorzam zijn, zeg dan: "Ik ben onschuldig aan wat jullie doen."
ﮒﮓﮔﮕﮖ
26:217
En vertrouw op de Almachtige, de Meest Barmhartige.
ﮗﮘﮙﮚﮛ
26:218
Degene Die jou ziet als jij staat (te bidden).
ﮜﮝﮞﮟ
26:219
En jouw bewegingen (ziet) onder de knielenden.
ﮠﮡﮢﮣﮤ
26:220
Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alwetende.
ﮥﮦﮧﮨﮩﮪﮫ
26:221
Zal ik jou vertellen tot wie de Satans neerdalen?
ﮬﮭﮮﮯﮰﮱ
26:222
Zij dalen neer tot elke zondige leugenaar.
ﯓﯔﯕﯖﯗ
26:223
Zij luisteren nam het gesprokene en de meesten van hen zijn leugenaars.
ﯘﯙﯚﯛ
26:224
En de dichters; de dwalenden volgen hen.
ﯜﯝﯞﯟﯠﯡﯢﯣ
26:225
Zie jij niet dat zij rusteloos ronddwalen in iedere vallei?
ﯤﯥﯦﯧﯨﯩ
26:226
En dat zij zeker zeggen wat zij niet doen?
ﯪﯫﯬﯭﯮﯯﯰﯱﯲﯳﯴﯵﯶﯷﯸﯹﯺﯻﯼﯽﯾ
26:227
Behalve degenen die geloven en goede daden verrichten en Allah vaak gedenken. En zij overwinnen nadat hun onrecht is aangedaan. En degenen die onrecht pleegden zullen spoedig weten tot welke plaats van terugkeer zij zullen terugkeren!
Heilige Koran
Wednesday, September 9, 2026
Don't forget us in your sincere prayers







