Soera Ash-Shu'ara
PDF —
227 Vers Mekkaans PDF
Built right in your browser — download starts automatically

Soera Ash-Shu'ara pdf — Downloaden (Nederlands)

Soera Ash-Shu'ara pdf Nederlands — Downloaden Soera Ash-Shu'ara Vertaling. Ash-Shu'ara (Mekkaans) 227 Vers.



Soera Ash-Shu'ara
227 Vers · Mekkaans · Nederlands
bismillah
ﭑﭒ
Tha Sîn Mîm.
ﭓﭔﭕﭖﭗ
Dit zijn Verzen van het duidelijke Boek.
ﭘﭙﭚﭛﭜﭝﭞ
Misschien zou jij jezelf vernietigen van verdriet omdat zij geen gelovigen zijn.
ﭟﭠﭡﭢﭣﭤﭥﭦﭧﭨﭩﭪ
Als Wij het gewenst hadden, hadden Wij een Teken uit de hemel tot hen doen neerdalen, zodat hun nekken ervoor gebogen bleven.
ﭫﭬﭭﭮﭯﭰﭱﭲﭳﭴﭵﭶ
Er komt geen nieuwe Vemaning van de Erbarmer tot hen, of zij wenden zich eman af.
ﭷﭸﭹﭺﭻﭼﭽﭾﭿ
Voorzeker, zij loochenden, maar berichten over wat zij plachten te bespotten zullen tot hen komen.
ﮀﮁﮂﮃﮄﮅﮆﮇﮈﮉﮊﮋ
Kijken zij dan aiet naar de aarde, hoeveel Wij er van allerlei rijke soorten grwassen op doen groeien?
ﮌﮍﮎﮏﮐﮑﮒﮓﮔﮕ
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.
ﮖﮗﮘﮙﮚﮛ
En voorwaar, jouw Heer: Hij is zeker de Almachtige, Meest Barmhartige.
ﮜﮝﮞﮟﮠﮡﮢﮣﮤ
(Gedenk) toen jouw Heer Môesa opriep: "Ga naar het volk van de onrechtvaardigen.
ﮥﮦﮧﮨﮩﮪ
Het volk van Fir'aun, vrezen zij (Allah) niet?
ﮫﮬﮭﮮﮯﮰﮱ
Hij (Môesa) zei: "Mijn Heer, ik ben bang dat zij mij loochenen.
ﯓﯔﯕﯖﯗﯘﯙﯚﯛ
En dat mijn borst zich zal vernauwen en dat ik niet vloeiend zal spreken, zend daarom (de Engel) naar Hârôen.
ﯜﯝﯞﯟﯠﯡﯢ
En zij hebben (een beschuldiging van) een misdaad tegen mij en ik ben bang dat zij mij zullen doden."
ﯣﯤﯥﯦﯧﯨﯩﯪﯫﯬ
Hij (Allah) zei: "Nee, gaat dus beiden met Onze Tekenen: voorwaar, Wij zijn met jullie, luisterend.
ﯭﯮﯯﯰﯱﯲﯳﯴ
Gaat daarom naar Fir'aun en zegt: "Voorwaar, wij zijn de Boodschappers van de Heer der Werelden.
ﯵﯶﯷﯸﯹﯺ
Zend de Kinderen van Israël met ons."
ﯻﯼﯽﯾﯿﰀﰁﰂﰃﰄﰅ
Hij (Fir'aun) zei: "Hebben wij jou niet als een kind onder ons opgevoed en verbleef jij geen jaren van jouw leven onder ons?
ﰆﰇﰈﰉﰊﰋﰌﰍ
En jij deed wat jij deed en jij behooft tot de ondankbaren."
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖﭗ
Hij (Môesa) zei: "Ik heb dat gedaan toen ik tot de onnadenkenden behoorde.
ﭘﭙﭚﭛﭜﭝﭞﭟﭠﭡﭢﭣ
Dus vluchtte ik weg toen ik bang voor jullie was. Daarop heeft mijn Heer aan mij Wijsheid ij gegeven en gemaakt dat ik tot de Boodschappers behoorde.
ﭤﭥﭦﭧﭨﭩﭪﭫﭬ
En dit is de gunst die jij mij bewees: dat jij de Kinderen van Israël tot slaven gemaakt hebt."
ﭭﭮﭯﭰﭱﭲ
Fiir'aun zei: "En wie is de Heer der Werelden?"
ﭳﭴﭵﭶﭷﭸﭹﭺﭻﭼﭽ
Hij (Môesa) zei: "De Heer van de hemelen en de aarde en wat tussen hen beide is, als jullie er maar van overtuigd waren."
ﭾﭿﮀﮁﮂﮃ
Hij (Fir'aun) zei tot hen die rondom hem waren: "Luisteren jullie niet?"
ﮄﮅﮆﮇﮈﮉ
Hij (Môesa) zei: "Juitie Heer en de Heer van jullie voorvaderen."
ﮊﮋﮌﮍﮎﮏﮐﮑ
Hij (Fir'aun) zei: "Voorwaar, jullie Boodschapper die tot jullie gezonden is, is zeker bezeten."
ﮒﮓﮔﮕﮖﮗﮘﮙﮚﮛﮜ
Hij (Môesa) zei: "De Heer van het Oosten en het Westen en wat tussen hen beide is, als jullie begrijpen."
ﮝﮞﮟﮠﮡﮢﮣﮤﮥ
Hij (Fir'aun) zei: "Als jij een andere god dan mij hebt aangenomen, dan zal ik jou zeker tot een van de gevangenen maken."
ﮦﮧﮨﮩﮪﮫ
Hij (Môesa) zei: "Zelfs als ik jou iets duidelijks kan laten zien?"
ﮬﮭﮮﮯﮰﮱﯓﯔ
Hij (Fir'aun) zei: "Breng het maar, als jij tot de waarachtigen behoort."
ﯕﯖﯗﯘﯙﯚﯛ
Toen wierp hij zijn staf neer en daarop werd het een duidelijke slang.
ﯜﯝﯞﯟﯠﯡﯢ
En hij strekte zijn hand uit en die werd wit voor de toeschouwers.
ﯣﯤﯥﯦﯧﯨﯩﯪ
Hij (Fir'aun) zei tegen de vooraanstaanden rondom hem: "Voorwaar, dit is zeker een bekwame tovenaar.
ﯫﯬﯭﯮﯯﯰﯱﯲﯳ
Hij wil jullie uit jullie land verdrijven met zijn tovenarij. Dus wat adviseren jullie?"
ﯴﯵﯶﯷﯸﯹﯺﯻ
Zij zeiden: "Stel (de zaak van) hem en zijn broeder uit en stuur bijeenroepers naar de steden.
ﯼﯽﯾﯿﰀ
Zij zullen elke bekwame tovenaar bij jou brengen.
ﰁﰂﰃﰄﰅﰆ
Zo werden de tovenaars verzameld op een afgesprokem lijd op een aangewezen dag.
ﰇﰈﰉﰊﰋﰌ
En tot de mensen werd gezegd: "Zijn jullie nu bijeengekomen?
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖﭗﭘ
Moge wij de tovenaars volgen als zij de overwinnaars zijn."
ﭙﭚﭛﭜﭝﭞﭟﭠﭡﭢﭣﭤﭥ
Toen de tovenaars kwamen, zeiden zij tot Fir'aun: "Krijgen we zeker een beloning, als wij de overwinnaars zijn?"
ﭦﭧﭨﭩﭪﭫﭬ
Hij zei: "Ja, jullie zullen dan tot de (mij) nabijen behoren."
ﭭﭮﭯﭰﭱﭲﭳﭴ
Môesa zei tot hen: "Werpt maar wat jullie te werpen hebben."
ﭵﭶﭷﭸﭹﭺﭻﭼﭽﭾ
Toen wierpen zij hun touwen en staven neer, terwijl zij zeiden: "Bij de eer van Fir'aun: voorwaar, wij zullen zeker de overwinnaars zijn."
ﭿﮀﮁﮂﮃﮄﮅﮆﮇ
Toen wierp Môesa zijn staf neer, en toen verslond zij wat zij met hun bedrog hadden gemaakt.
ﮈﮉﮊﮋ
Toen wierpen de tovenaan zich neer, knielend.
ﮌﮍﮎﮏﮐ
Zij zeiden: "Wij geloven in de Heer der Werelden.
ﮑﮒﮓﮔ
De Heer van Môesa en Hârôen."
ﮕﮖﮗﮘﮙﮚﮛﮜﮝﮞﮟﮠﮡﮢﮣﮤﮥﮦﮧﮨﮩﮪﮫﮬ
Hij (Fir'aun) zei: "Geloven jullie hem voordat ik jullie toestemming geef? Voorwaar, hij is zeker jullie meerdere die jullie de tovenarij onderwees. En spoedig zullen jullie het weten: ik zal jullie handen en jullie voeten aan tegenovergestelde kanten afhakken en ik zal jullie allen kruisigen."
ﮭﮮﮯﮰﮱﯓﯔﯕﯖ
Zij (de tovenaars) zeiden: "Het deert (ons) niet. Voorwaar, wij zullen naar onze Heer terugkeren.
ﯗﯘﯙﯚﯛﯜﯝﯞﯟﯠﯡﯢ
Voorwaar, wij verlangen dat Hij onze fouten vergeeft, omdat wij de eersten van de gelovigen zijn."
ﯣﯤﯥﯦﯧﯨﯩﯪﯫﯬ
En wij openbaarden aan Môesa: "Reis in de nacht met Mijn dienaren: voorwaar, jullie zullen achtervolgd worden."
ﯭﯮﯯﯰﯱﯲ
Toen stuurde Fir'aun bijeenroepers de steden in.
ﯳﯴﯵﯶﯷ
"Diegenen zijn zeker een kleine groep.
ﯸﯹﯺﯻ
En voorwaar, zij hebben ons woedend gemaakt.
ﯼﯽﯾﯿ
En voorwaar, wij zijn zeker allen voorzichtig."
ﰀﰁﰂﰃﰄ
Toen verdreven Wij hen van de tuinen en bronnen.
ﰅﰆﰇﰈ
En de schatten en eervolle plaatsen.
ﰉﰊﰋﰌﰍﰎ
Zo was het; en Wij deden de Kinderen van Israël het erven.
ﰏﰐﰑ
Toen achtervolgden zij hen bij zonsopgang.
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖﭗﭘﭙ
En toen de twee groepen elkaar zagen, zeiden de metgezellen van Môesa: "Voorwaar, wij worden zeker bereikt!"
ﭚﭛﭜﭝﭞﭟﭠﭡ
Hij (Môesa) zei: "Zeker niet voorwaar, mijn Heer is met mij, Hij zal mij lieden."
ﭢﭣﭤﭥﭦﭧﭨﭩﭪﭫﭬﭭﭮﭯﭰ
Toen openbaarden Wij aan Môesa: "Sla de zee met jouw staf." Toen spleet de zee en elk gedeelte was als een geweldige berg.
ﭱﭲﭳﭴ
En Wij deden de anderen daar dichtbij komen.
ﭵﭶﭷﭸﭹﭺ
En wij redden Môesa en allen die bij hem waren.
ﭻﭼﭽﭾ
Vervolgens verdronken Wij de anderen.
ﭿﮀﮁﮂﮃﮄﮅﮆﮇﮈ
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.
ﮉﮊﮋﮌﮍﮎ
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.
ﮏﮐﮑﮒﮓ
En lees hun de geschiedenis van Ibrâhîm voor.
ﮔﮕﮖﮗﮘﮙﮚ
(Gedenk) toen hij tot zijn vader en zijn volk zei: "Wat aanbidden jullie?"
ﮛﮜﮝﮞﮟﮠﮡ
Zij zeiden: "Wij aanbidden afgoden en wij zullen hen blijven aanbidden."
ﮢﮣﮤﮥﮦﮧ
Hij (Ibrâhîm) zei: "Horen zij jullie, wanneer jullie hen aanroepen?
ﮨﮩﮪﮫﮬ
Of brengen zij jullie voordeel of berokkenen zij jullie nadeel?
ﮭﮮﮯﮰﮱﯓﯔ
Zij zeiden. "Wij vonden dat zelfs onze vaderen zo deden."
ﯕﯖﯗﯘﯙﯚ
Hij (Ibrâhîm) zei: "Hebben jullie dain gezien wat jullie plegen te aanbidden?
ﯛﯜﯝﯞ
Jullie en jullie vaderen die voorafgingen?
ﯟﯠﯡﯢﯣﯤﯥ
Voorwaar, zij zijn een vijand voor mij, (ik aanbid niemand) behalve de Heer der Werelden.
ﯦﯧﯨﯩﯪ
Degene Die mij geschapen heeft, Hij leidt mij.
ﯫﯬﯭﯮﯯ
En Hij is Degene Die mij voedt en Die mij te drinken geeft.
ﯰﯱﯲﯳﯴ
En wanneer ik ziek ben, is Hij het Die mij geneest.
ﯵﯶﯷﯸﯹ
Degene Die mij doet sterven en mi vervolgens doet leven.
ﯺﯻﯼﯽﯾﯿﰀﰁﰂ
En Degene van Wie ik hevig verlang dat Hij mijn zonden zal vergeven op de Dag des Oordeels.
ﰃﰄﰅﰆﰇﰈﰉ
Mijn Heer, schenk mij wijsheid en verenig mij met de rechtschapenen.
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖﭗ
En maak mijn naam vermaard onder de lateren.
ﭘﭙﭚﭛﭜﭝ
En maak mij één van de erfgenamen van de Tuin van de gelukzaligheid (het Paradijs).
ﭞﭟﭠﭡﭢﭣﭤ
En vergeef mijn vader, waal bij behoorde tot de dwalenden.
ﭥﭦﭧﭨﭩ
En verneder mij niet op de Dag waarop er wordt opgewekt.
ﭪﭫﭬﭭﭮﭯﭰ
Op de Dag, waarop rijkdom en zonen niet zullen baten.
ﭱﭲﭳﭴﭵﭶﭷ
Alleen bij (zal gebaat zijn), die naar Allah komt met een zuiver hart
ﭸﭹﭺﭻ
En de Tuin wordt dichtbij de Moettaqôen gebracht.
ﭼﭽﭾﭿ
En Djahîm (de Hel) wordt tentoongesteld aan de dwalenden.
ﮀﮁﮂﮃﮄﮅﮆ
En tot hen wordt gezegd: "Waar is het, wat jullie plachten te aanbidden?
ﮇﮈﮉﮊﮋﮌﮍﮎ
Naast Allah? Kunnen zij jullie helpen of zichzelf helpen?
ﮏﮐﮑﮒﮓ
Dan worden zij hals over kop daarin geslingerd, zij en de dwalenden.
ﮔﮕﮖﮗ
En de troepen van Iblîs (de Satan), allemaal.
ﮘﮙﮚﮛﮜ
Zij zeggen, terwijl zij met elkaar redetwisten:
ﮝﮞﮟﮠﮡﮢﮣ
"Bij Allah, wij verkeerden zeker in een duidelijke dwaling.
ﮤﮥﮦﮧﮨ
Dat wij jullie (de afgoden) gelijkstelden met de Heer der Werelden.
ﮩﮪﮫﮬﮭ
En alleen de misdadigers hebben ons doen afdwalen.
ﮮﮯﮰﮱﯓ
En wij hebben geen voorsprekers,
ﯔﯕﯖﯗ
En geen boezemvriend.
ﯘﯙﯚﯛﯜﯝﯞﯟ
Was er voor ons maar een weg terug, dan zouden wij tot de gelovigen behoren."
ﯠﯡﯢﯣﯤﯥﯦﯧﯨﯩ
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn ongelovigen.
ﯪﯫﯬﯭﯮﯯ
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.
ﯰﯱﯲﯳﯴ
Het volk van Nôeh loochende de Boodschappers.
ﯵﯶﯷﯸﯹﯺﯻﯼ
(Gedenk) toen hun broeder Nôeh tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet?
ﯽﯾﯿﰀﰁ
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.
ﰂﰃﰄﰅ
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
ﰆﰇﰈﰉﰊﰋﰌﰍﰎﰏﰐﰑﰒ
Ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.
ﰓﰔﰕﰖ
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
ﰗﰘﰙﰚﰛﰜﰝ
Zij zeiden: "Zouden wij jou volgen, terwijl de meest nederigen jou volgen?"
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖﭗ
Hij (Nôeh) zei: "En ik heb geen kennis over wat zij deden.
ﭘﭙﭚﭛﭜﭝﭞﭟﭠ
Hun afrekening is slechts bij mijn Heer, als jullie het maar zouden beseffen.
ﭡﭢﭣﭤﭥ
Ik zal de gelovigen zeker niet wegjagen.
ﭦﭧﭨﭩﭪﭫ
Ik ben slechts een duidelijke waarschuwer."
ﭬﭭﭮﭯﭰﭱﭲﭳﭴ
Zij zeiden: "Als jij er niet mee ophoudt, O Nôeh, dan behoor jij tot degenen die gestenigd worden!"
ﭵﭶﭷﭸﭹﭺ
Hij (Nôeh) zei: "Mijn Heer, voorwaar mijn volk loochent mij.
ﭻﭼﭽﭾﭿﮀﮁﮂﮃﮄ
Spreek daarom een oordeel uit tussen mij en hen. En red mij en de gelovigen die met mij zijn."
ﮅﮆﮇﮈﮉﮊﮋ
Toen redden Wij hem en degenen die met hem in het beladen schip waren.
ﮌﮍﮎﮏﮐ
En vervolgens verdronken Wij degenen die achterbleven (in de zondvloed).
ﮑﮒﮓﮔﮕﮖﮗﮘﮙﮚ
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.
ﮛﮜﮝﮞﮟﮠ
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.
ﮡﮢﮣﮤ
Het volk van de 'Âd loochende de Boodschappers.
ﮥﮦﮧﮨﮩﮪﮫﮬ
(Gedenk) toen hun broeder Hôed tot hen zei: "Vrezen jullie Allah niet?
ﮭﮮﮯﮰﮱ
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.
ﯓﯔﯕﯖ
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
ﯗﯘﯙﯚﯛﯜﯝﯞﯟﯠﯡﯢﯣ
En ik vraag jullie er geen beloning voor, want mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.
ﯤﯥﯦﯧﯨﯩ
Zouden jullie op elke heuvel een gebouw bouwen om jullie te vermaken?
ﯪﯫﯬﯭﯮ
En bouwen jullie paleizen in de hoop dat jullie eeuwig leven?
ﯯﯰﯱﯲﯳ
En als jullie toeslaan, slaan jullie toe als geweldenaars.
ﯴﯵﯶﯷ
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
ﯸﯹﯺﯻﯼﯽ
En vrom Hem Die jullie dat geschonken heeft waarover jullie weten.
ﯾﯿﰀﰁ
En Hij Die jullie vee en zonen schenkt.
ﰂﰃﰄ
En tuinen en bronnen.
ﰅﰆﰇﰈﰉﰊﰋ
Voorwaar, ik vrees voor jullie een bestraffing op de geweldige Dag."
ﰌﰍﰎﰏﰐﰑﰒﰓﰔﰕ
Zij zeiden: "Voor ons is het hetzelfde of jij ons waarschuwt of dat jij niet tot de waarschuwers behoort.
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖ
Dit is slechts een gewoonte van de vroegeren.
ﭗﭘﭙﭚ
En wij zullen niet behoren tot hen die gestraft worden."
ﭛﭜﭝﭞﭟﭠﭡﭢﭣﭤﭥﭦﭧ
Maar zij loochenden hem, dus vernietigden Wij hen. Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen waren gew gelovigen.
ﭨﭩﭪﭫﭬﭭ
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.
ﭮﭯﭰﭱ
Het volk van de Tsamôed loochende de Boodschappers.
ﭲﭳﭴﭵﭶﭷﭸﭹ
(Gedenk) toen hun broeder Shâlih tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet?
ﭺﭻﭼﭽﭾ
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.
ﭿﮀﮁﮂ
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
ﮃﮄﮅﮆﮇﮈﮉﮊﮋﮌﮍﮎﮏ
En ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.
ﮐﮑﮒﮓﮔﮕ
Zullen jullie in veiligheid gelaten worden temidden van wat hier is?
ﮖﮗﮘﮙ
Temidden van tuinen en bronnen.
ﮚﮛﮜﮝﮞ
En akkerland en dadelpalmen met tere trossen.
ﮟﮠﮡﮢﮣﮤ
En jullie houwen vaardig huizen uit in de bergen.
ﮥﮦﮧﮨ
Vreest dan Allah en gehoorzaamt mij.
ﮩﮪﮫﮬﮭ
En geeft geen gehoor aan het bevel van de buitensporigen.
ﮮﮯﮰﮱﯓﯔﯕ
Degenen die verderf zaaien op de aarde en zich niet beteren."
ﯖﯗﯘﯙﯚﯛ
Zij zeiden: "Voorwaar, jij behoort tot de betoverden.
ﯜﯝﯞﯟﯠﯡﯢﯣﯤﯥﯦﯧ
Jij bent slechts een mens zoals wij. Breng daarom een Teken als jij tot de waarachtigen behoort."
ﯨﯩﯪﯫﯬﯭﯮﯯﯰﯱ
Hij (Shâlih) zei: "Dit is een vrouwtjeskameel, zij heeft recht om te drinken en jullie hebben recht om te drinken, (ieder) op een vastgestelde dag.
ﯲﯳﯴﯵﯶﯷﯸﯹ
En treft haar niet met kwaad, want dan zal de straf van een Geweldige Dag jullie treffen.
ﯺﯻﯼﯽ
Toen slachtten zij haar, daarna werden zij berouwvollen.
ﯾﯿﰀﰁﰂﰃﰄﰅﰆﰇﰈﰉﰊ
Toen trof de bestraffing hen. Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.
ﰋﰌﰍﰎﰏﰐ
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.
ﭑﭒﭓﭔﭕ
Het volk van Lôeth loochende de Boodschappers.
ﭖﭗﭘﭙﭚﭛﭜﭝ
(Gedenk) toen hun broeder Lôeth tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet?
ﭞﭟﭠﭡﭢ
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.
ﭣﭤﭥﭦ
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
ﭧﭨﭩﭪﭫﭬﭭﭮﭯﭰﭱﭲﭳ
En ik vraag jullie er geen beloning voor, want mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.
ﭴﭵﭶﭷﭸ
Waarom benaderen jullie van de wereldbcwoners de mannen?
ﭹﭺﭻﭼﭽﭾﭿﮀﮁﮂﮃﮄﮅ
En verlaten jullie hen die jullie Heer als echtgenotes geschapen heeft? Jullie zijn beslist een overtredend volk!"
ﮆﮇﮈﮉﮊﮋﮌﮍﮎ
Zij zeiden: "O Lôeth, als jij er niet mee ophoudt, behoor jij tot de verdrevenen."
ﮏﮐﮑﮒﮓﮔ
Hij in zei: "Voorwaar, ik behoor tot hen die jullie daden verachten.
ﮕﮖﮗﮘﮙﮚ
Mijn Heer, red mij en mijn familie van wat zij doen."
ﮛﮜﮝﮞ
En Wij hebben hem en zijn familie allen gered.
ﮟﮠﮡﮢﮣ
Behalve een oude vrouw onder de achterblijvers.
ﮤﮥﮦﮧ
Toen vernietigden Wij de anderen.
ﮨﮩﮪﮫﮬﮭﮮﮯ
En Wij deden een (vulkanische) regen op hen neerstromen, hoe slecht was de regen voor de gewaarschuwden!
ﮰﮱﯓﯔﯕﯖﯗﯘﯙﯚ
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.
ﯛﯜﯝﯞﯟﯠ
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad), is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Bamhartige.
ﯡﯢﯣﯤﯥ
De bewoners van Aikah loochenden de Boodschappers.
ﯦﯧﯨﯩﯪﯫﯬ
(Gedenk) toen Sjoe'aib tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet?
ﯭﯮﯯﯰﯱ
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.
ﯲﯳﯴﯵ
Vreest daarom Allah en gehoorzaamt mij.
ﯶﯷﯸﯹﯺﯻﯼﯽﯾﯿﰀﰁﰂ
En ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust slechts bij de Heer der Werelden.
ﰃﰄﰅﰆﰇﰈﰉﰊ
En geeft de volle maat een behoort niet tot hen die tekort doen.
ﰋﰌﰍﰎ
En weegt met juiste weegschalen.
ﰏﰐﰑﰒﰓﰔﰕﰖﰗﰘ
En benadeelt niet de mensen in hun zaken en verricht geen kwaad op aarde, als verderfzaaiers.
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖ
En vreest Degene Die jullie en de vroegere generaties geschapen heeft."
ﭗﭘﭙﭚﭛﭜ
Zij zeiden: "Voorwaar, jij behoort slechts tot de betoverden.
ﭝﭞﭟﭠﭡﭢﭣﭤﭥﭦ
En jij bent slechts een mens als wij ein wij vinden dat jij zeker tot de leugenaars behoort.
ﭧﭨﭩﭪﭫﭬﭭﭮﭯﭰ
Laat dan eens een stuk van de hemel op ons vallen, als jij tot de waarachtigen behoort."
ﭱﭲﭳﭴﭵﭶ
Hij zei: "Mijn Heer weet het beste wat jullie doen."
ﭷﭸﭹﭺﭻﭼﭽﭾﭿﮀﮁﮂ
Maar zij loochenden hem, waarop een bestraffing hen trofop een zwaarbewolkte dag. Voorwaar, het was een bestraffing van een geweldige dag.
ﮃﮄﮅﮆﮇﮈﮉﮊﮋﮌ
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van ben zijn geen gelovigen.
ﮍﮎﮏﮐﮑﮒ
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Bamhartige.
ﮓﮔﮕﮖﮗ
En voorwaar, hij (de Koran) is zeker een neerzending van de Heer der Werelden.
ﮘﮙﮚﮛﮜ
Met hem (de Koran) daalde de getrouwe Geest (Djibrîl) neer.
ﮝﮞﮟﮠﮡﮢ
Op jouw hart (O Moehammad), opdat jij tot de waarschuwers behoort.
ﮣﮤﮥﮦ
In een duidelijke Arabische taal.
ﮧﮨﮩﮪﮫ
En voorwaar, hij (de Koran) is zeker (aangekondigd) in de Schriften van de vroegeren.
ﮬﮭﮮﮯﮰﮱﯓﯔﯕﯖ
Is het voor hen dan geen teken dat de geleerden van de Kinderen van Israël hem kennen?
ﯗﯘﯙﯚﯛﯜ
En als Wij hem am de niet-Arabieren hadden doen neerdalen.
ﯝﯞﯟﯠﯡﯢﯣ
(En als) hij hem dan aan ben voorgedragen had, dan hadden zij er niet in geloofd.
ﯤﯥﯦﯧﯨﯩ
Op deze wijze deden Wij hem binnendringen in de barten van de misdadigers.
ﯪﯫﯬﯭﯮﯯﯰﯱ
Zij zullen er niet in geloven totdat zij de pijnlijke bestraffing zien.
ﯲﯳﯴﯵﯶﯷ
Die plotseling tot ben zal komen, terwijl zij het niet beseffen.
ﯸﯹﯺﯻﯼ
Dan zeggen zij: "Krijgen wij uitstel?"
ﯽﯾﯿ
Vragen zij dan dat Onze bestraffing bespoedigd wordt?
ﰀﰁﰂﰃﰄ
Wat denk jij dan, als Wij hun (enige) jaren laten genieten?
ﰅﰆﰇﰈﰉﰊ
En daarop tot hen komt wat beloofd was?
ﭑﭒﭓﭔﭕﭖﭗ
Het zal hun niet baten, wat hun aan genot gegeven was.
ﭘﭙﭚﭛﭜﭝﭞﭟ
En Wij hebben geen stad vernietigd zonder dat er voor haar waarschuwers waren geweest.
ﭠﭡﭢﭣﭤ
Als een waarschuwing: en Wij weren geen onrechtvaardigen.
ﭥﭦﭧﭨﭩ
En hij (de Koran) is niet door de Satans neergedaald.
ﭪﭫﭬﭭﭮﭯ
Het past hun niet en zij zijn er niet toe in staat.
ﭰﭱﭲﭳﭴ
Voorwaar, van het horen (ervan) zijn zij zeker buitengesloten.
ﭵﭶﭷﭸﭹﭺﭻﭼﭽﭾ
Roept dus geen andere goden naast Allah aan, anders zal jij tot de bestraften behoren.
ﭿﮀﮁﮂ
En waarschuw jouw naaste familieleden.
ﮃﮄﮅﮆﮇﮈﮉ
En wees bescheiden eva nederig tegenover de gelovigen die jou volgen.
ﮊﮋﮌﮍﮎﮏﮐﮑ
En als zij jou dan ongehoorzam zijn, zeg dan: "Ik ben onschuldig aan wat jullie doen."
ﮒﮓﮔﮕﮖ
En vertrouw op de Almachtige, de Meest Barmhartige.
ﮗﮘﮙﮚﮛ
Degene Die jou ziet als jij staat (te bidden).
ﮜﮝﮞﮟ
En jouw bewegingen (ziet) onder de knielenden.
ﮠﮡﮢﮣﮤ
Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alwetende.
ﮥﮦﮧﮨﮩﮪﮫ
Zal ik jou vertellen tot wie de Satans neerdalen?
ﮬﮭﮮﮯﮰﮱ
Zij dalen neer tot elke zondige leugenaar.
ﯓﯔﯕﯖﯗ
Zij luisteren nam het gesprokene en de meesten van hen zijn leugenaars.
ﯘﯙﯚﯛ
En de dichters; de dwalenden volgen hen.
ﯜﯝﯞﯟﯠﯡﯢﯣ
Zie jij niet dat zij rusteloos ronddwalen in iedere vallei?
ﯤﯥﯦﯧﯨﯩ
En dat zij zeker zeggen wat zij niet doen?
ﯪﯫﯬﯭﯮﯯﯰﯱﯲﯳﯴﯵﯶﯷﯸﯹﯺﯻﯼﯽﯾ
Behalve degenen die geloven en goede daden verrichten en Allah vaak gedenken. En zij overwinnen nadat hun onrecht is aangedaan. En degenen die onrecht pleegden zullen spoedig weten tot welke plaats van terugkeer zij zullen terugkeren!

Heilige Koran


Tuesday, August 18, 2026

Don't forget us in your sincere prayers