Wa lammaa raja`a Moosaaa ilaa qawmihee ghadbaana asifan qaala bi`samaa khalaftumoonee mim ba`dee a-`ajiltum amra Rabbikum wa alqal alwaaha wa akhaza biraasi akheehi yajurruhoo ilaih; qaalab na umma innal qawmas tad`afoonee wa kadoo yaqtu loonanee; falaa tushmit biyal a`daaa`a wa laa taj`alnee ma`al qawmiz zaalimeen
📖 Vertaling (In het Nederlands)
📖 In het Nederlands
En toen Môesa tot zijn volk terugkeerde, boos en bedroefd, zei hij: "Slecht is wat jullie in mijn plaat tijdens mijn afwezigheid hebben gedaan, wilden jullie het bevel (tot bestraffing) van jullie Heer verhaasten?" En bij zette de Tafelen haastig neer en bij greep zijin broeder bij zijn baard en trok hem naar zich toe. Hij (Hârôen) zei: "Zoon van mijn moeder, voorwaar, het volk heeft mij overweldigd en bijna hadden zij mij gedood. Laat de vijanden geen leedvermaak over mij hebben en stel mij niet gelijk aan het volk van onrechtplegers."
🌐 Additional reference in Deutsch
🌐 Deutsch
Als Musa zu seinem Volk zornig und bekümmert zurückkam, sagte er: "Wie schlimm ist das, was ihr nach mir an meiner Stelle begangen habt! Wollt ihr den Befehl eures Herrn beschleunigen?" Er warf die Tafeln hin und ergriff seinen Bruder beim Kopf, indem er ihn an sich zog. (Dieser) sagte: "Sohn meiner Mutter, das Volk unterdrückte mich und hätte mich beinahe getötet! So lasse nicht die Feinde über mich Schadenfreude empfinden und stelle mich nicht zum ungerechten Volk!"
بِئْسَمَا خَلَفْتُمُونِي: Hoe slecht hebben jullie mij opgevolgd; hoe slecht is wat jullie na mijn vertrek hebben gedaan.
أَعَجِلْتُمْ أَمْرَ رَبِّكُمْ: Hebben jullie het bevel van jullie Heer willen bespoedigen door de terugkeer van Moesa niet af te wachten?
أَلْقَى الْأَلْوَاحَ: Hij gooide de tafels van de Taurah neer uit boosheid.
اسْتَضْعَفُونِي: Zij behandelden mij als zwak en vernederden mij.
لَا تُشْمِتْ بِيَ الْأَعْدَاءَ: Laat de vijanden niet over mij juichen of zich verheugen over mijn vernedering.
Uitleg van de vers:
Toen Moesa (vrede zij met hem) terugkeerde van de ontmoeting met zijn Heer naar zijn volk, was hij zeer boos en diepbedroefd. Allah had hem namelijk ingelicht dat zijn volk was afgedwaald en de gouden kalf had aanbeden. Hij sprak tot hen met verwijt: "Hoe slecht is wat jullie na mijn vertrek hebben gedaan! Hebben jullie het bevel van jullie Heer willen bespoedigen door niet geduldig te wachten op mijn terugkeer met de Taurah?" Uit grote boosheid over hun afgoderij en over het feit dat zijn broer Haarun hen niet had tegengehouden, gooide hij de tafels van de Taurah neer. Vervolgens greep hij het hoofd van zijn broer Haarun bij het haar en de baard en trok hem naar zich toe uit boosheid. Haarun sprak hem toen vriendelijk en liefdevol aan, waarbij hij zijn moeder noemde om het mededogen van Moesa op te wekken: "O zoon van mijn moeder! Het volk behandelde mij als zwak en vernederde mij, en zij waren dicht bij mij te doden. Laat de vijanden zich niet over mij verheugen door wat je met mij doet, en reken mij niet tot de onrechtvaardigen die het kalf aanbaden."
Een boodschap voor ons hart:
Deze vers leert ons de grote verantwoordelijkheid van leiderschap en het bewaren van het geloof. Moesa's boosheid was niet uit persoonlijke wrok, maar uit bezorgdheid om de godsdienst van Allah en het welzijn van zijn volk. Tegelijkertijd zien we de nederigheid en wijsheid van Haarun, die zich verdedigde met zachtheid en liefde, en zijn broer herinnerde aan de band van het geloof en het mededogen. Laten wij van deze vers leren dat boosheid omwille van Allah toegestaan is, maar dat wij altijd moeten streven naar vergeving, geduld en het herstellen van de banden, zoals Moesa later zou doen. Deze Koranische verhalen zijn een licht voor ons pad en een genezing voor onze harten. Laten wij ons vasthouden aan het Boek van Allah en de wijsheid van Zijn Profeten, opdat wij behoren tot degenen die succesvol zijn in dit leven en het Hiernamaals.
En toen Môesa tot zijn volk terugkeerde, boos en bedroefd, zei hij: "Slecht is wat jullie in mijn plaat tijdens mijn afwezigheid hebben gedaan, wilden jullie het bevel (tot bestraffing) van jullie Heer verhaasten?" En bij zette de Tafelen haastig neer en bij greep zijin broeder bij zijn baard en trok hem naar zich toe. Hij (Hârôen) zei: "Zoon van mijn moeder, voorwaar, het volk heeft mij overweldigd en bijna hadden zij mij gedood. Laat de vijanden geen leedvermaak over mij hebben en stel mij niet gelijk aan het volk van onrechtplegers."
En het volk van Môesa maakte, na zijn vertrek (naar de berg Thôer). van hun (gouden) sieraden (een afgodsbeeld met) het lichaam van een kalf dat een loeiend geluid maakte. Beseften zij niet dat het in werkelijkheid niet tot hen kon spreken en hen geen weg kon wijzen? Zij namen het (ter aanbidding) en zij waren onrechtplegers.
En toen spijt hen van voor en van achter overviel, en zij zagen dat zij waarlijk gedwaald hadden, zeiden zij: "Als onze Heer ons niet begenadigt en ons niet vergeeft, dan zullen wij zeker tot de verliezers behoren."
En toen Môesa tot zijn volk terugkeerde, boos en bedroefd, zei hij: "Slecht is wat jullie in mijn plaat tijdens mijn afwezigheid hebben gedaan, wilden jullie het bevel (tot bestraffing) van jullie Heer verhaasten?" En bij zette de Tafelen haastig neer en bij greep zijin broeder bij zijn baard en trok hem naar zich toe. Hij (Hârôen) zei: "Zoon van mijn moeder, voorwaar, het volk heeft mij overweldigd en bijna hadden zij mij gedood. Laat de vijanden geen leedvermaak over mij hebben en stel mij niet gelijk aan het volk van onrechtplegers."
Voorwaar, degenen die het kalf (tot hun god) hebben genomen: de toorn van hun Heer zal hen treffen, alsmede vernedering in het wereldse leven. En zo vergelden Wij degenen die leugens verzinnen.
SurahQuran.com was founded as a humble effort to serve the Noble Book and the pure Sunnah, to invite people to Allah, and to make the religious sciences accessible according to the methodology of the Quran and Sunnah. We praise and thank Allah for His grace, and we ask Him to accept our work and make it sincere for His noble Face.