📖 0/604 pagina's gelezen
📄 569
يُبَصَّرُونَهُمۡۚ يَوَدُّ ٱلۡمُجۡرِمُ لَوۡ يَفۡتَدِي مِنۡ عَذَابِ يَوۡمِئِذِۭ بِبَنِيهِ  ۝١١ وَصَٰحِبَتِهِۦ وَأَخِيهِ  ۝١٢ وَفَصِيلَتِهِ ٱلَّتِي تُـٔۡوِيهِ  ۝١٣ وَمَن فِي ٱلۡأَرۡضِ جَمِيعًا ثُمَّ يُنجِيهِ  ۝١٤ كـَلَّآۖ إِنَّهَا لَظَىٰ  ۝١٥ نَزَّاعَةً لِّلشَّوَىٰ  ۝١٦ تَدۡعُواْ مَنۡ أَدۡبَرَ وَتَوَلَّىٰ  ۝١٧ وَجَمَعَ فَأَوۡعَىٰٓ  ۝١٨ ۞ إِنَّ ٱلۡإِنسَٰنَ خُلِقَ هَلُوعًا  ۝١٩ إِذَا مَسَّهُ ٱلشَّرُّ جَزُوعًا  ۝٢٠ وَإِذَا مَسَّهُ ٱلۡخَيۡرُ مَنُوعًا  ۝٢١ إِلَّا ٱلۡمُصَلِّينَ  ۝٢٢ ٱلَّذِينَ هُمۡ عَلَىٰ صَلَاتِهِمۡ دَآئِمُونَ  ۝٢٣ وَٱلَّذِينَ فِيٓ أَمۡوَٰلِهِمۡ حَقٌّ مَّعۡلُومٌ  ۝٢٤ لِّلسَّآئِلِ وَٱلۡمَحۡرُومِ  ۝٢٥ وَٱلَّذِينَ يُصَدِّقُونَ بِيَوۡمِ ٱلدِّينِ  ۝٢٦ وَٱلَّذِينَ هُم مِّنۡ عَذَابِ رَبِّهِم مُّشۡفِقُونَ  ۝٢٧ إِنَّ عَذَابَ رَبِّهِمۡ غَيۡرُ مَأۡمُونٍ  ۝٢٨ وَٱلَّذِينَ هُمۡ لِفُرُوجِهِمۡ حَٰفِظُونَ  ۝٢٩ إِلَّا عَلَىٰٓ أَزۡوَٰجِهِمۡ أَوۡ مَا مَلَكَتۡ أَيۡمَٰنُهُمۡ فَإِنَّهُمۡ غَيۡرُ مَلُومِينَ  ۝٣٠ فَمَنِ ٱبۡتَغَىٰ وَرَآءَ ذَٰلِكَ فَأُوْلَٰٓئِكَ هُمُ ٱلۡعَادُونَ  ۝٣١ وَٱلَّذِينَ هُمۡ لِأَمَٰنَٰتِهِمۡ وَعَهۡدِهِمۡ رَٰعُونَ  ۝٣٢ وَٱلَّذِينَ هُم بِشَهَٰدَٰتِهِمۡ قَآئِمُونَ  ۝٣٣ وَٱلَّذِينَ هُمۡ عَلَىٰ صَلَاتِهِمۡ يُحَافِظُونَ  ۝٣٤ أُوْلَٰٓئِكَ فِي جَنَّٰتٍ مُّكۡرَمُونَ  ۝٣٥ فَمَالِ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ قِبَلَكَ مُهۡطِعِينَ  ۝٣٦ عَنِ ٱلۡيَمِينِ وَعَنِ ٱلشِّمَالِ عِزِينَ  ۝٣٧ أَيَطۡمَعُ كُلُّ ٱمۡرِيٍٕ مِّنۡهُمۡ أَن يُدۡخَلَ جَنَّةَ نَعِيمٍ  ۝٣٨ كـَلَّآۖ إِنَّا خَلَقۡنَٰهُم مِّمَّا يَعۡلَمُونَ  ۝٣٩
70:11
يُبَصَّرُونَهُمۡۚ يَوَدُّ ٱلۡمُجۡرِمُ لَوۡ يَفۡتَدِي مِنۡ عَذَابِ يَوۡمِئِذِۭ بِبَنِيهِ  ۝١١
Zij kijken naar elkaar. De misdadiger zal wensen dat hij zich van de bestraffing van die Dag kan vrijkopen met zijn kinderen.
70:12
وَصَٰحِبَتِهِۦ وَأَخِيهِ  ۝١٢
En met zijn vrouw en zijn broeder.
70:13
وَفَصِيلَتِهِ ٱلَّتِي تُـٔۡوِيهِ  ۝١٣
En zijn bloedverwanten die hem verzorgden.
70:14
وَمَن فِي ٱلۡأَرۡضِ جَمِيعًا ثُمَّ يُنجِيهِ  ۝١٤
En (hij wenst dat) allen die er op aarde zijn hem dan redden.
70:15
كـَلَّآۖ إِنَّهَا لَظَىٰ  ۝١٥
Nee, beslist niet! Voorwaar, zij is de Lazhâ (de Hel).
70:16
نَزَّاعَةً لِّلشَّوَىٰ  ۝١٦
Die de hoofdhuid wegrukt.
70:17
تَدۡعُواْ مَنۡ أَدۡبَرَ وَتَوَلَّىٰ  ۝١٧
Zij roept wie zijn rug toekeerde en zich afwendde.
70:18
وَجَمَعَ فَأَوۡعَىٰٓ  ۝١٨
Die (rijkdommen) verzamelde en achterhield.
70:19
۞ إِنَّ ٱلۡإِنسَٰنَ خُلِقَ هَلُوعًا  ۝١٩
Voorwaar, de mens is onstandvastig geschapen.
70:20
إِذَا مَسَّهُ ٱلشَّرُّ جَزُوعًا  ۝٢٠
Als het kwade hem treft is hij teneergeslagen.
70:21
وَإِذَا مَسَّهُ ٱلۡخَيۡرُ مَنُوعًا  ۝٢١
En als het goede hem overkomt, is hij gierig.
70:22
إِلَّا ٱلۡمُصَلِّينَ  ۝٢٢
Behalve degenen die de shalât verrichten.
70:23
ٱلَّذِينَ هُمۡ عَلَىٰ صَلَاتِهِمۡ دَآئِمُونَ  ۝٢٣
Degenen die hun shalât blijven onderhouden.
70:24
وَٱلَّذِينَ فِيٓ أَمۡوَٰلِهِمۡ حَقٌّ مَّعۡلُومٌ  ۝٢٤
En degenen in wier bezittingen een rechtmatig deel is.
70:25
لِّلسَّآئِلِ وَٱلۡمَحۡرُومِ  ۝٢٥
Voor de bedelaar en de behoeftige die niet bedelt.
70:26
وَٱلَّذِينَ يُصَدِّقُونَ بِيَوۡمِ ٱلدِّينِ  ۝٢٦
En degenen die van de Dag des Oordeels overtuigd zijn.
70:27
وَٱلَّذِينَ هُم مِّنۡ عَذَابِ رَبِّهِم مُّشۡفِقُونَ  ۝٢٧
En degenen die de bestraffing van hun Heer vrezen.
70:28
إِنَّ عَذَابَ رَبِّهِمۡ غَيۡرُ مَأۡمُونٍ  ۝٢٨
Voorwaar, voor de bestraffing van hun Heer is niemand veilig.
70:29
وَٱلَّذِينَ هُمۡ لِفُرُوجِهِمۡ حَٰفِظُونَ  ۝٢٩
En degenen die over hun kuisheid waken.
70:30
إِلَّا عَلَىٰٓ أَزۡوَٰجِهِمۡ أَوۡ مَا مَلَكَتۡ أَيۡمَٰنُهُمۡ فَإِنَّهُمۡ غَيۡرُ مَلُومِينَ  ۝٣٠
Behalve bij hun vrouwen en de slaven waarover zij beschikken, er wordt hen dan niets verweten.
70:31
فَمَنِ ٱبۡتَغَىٰ وَرَآءَ ذَٰلِكَ فَأُوْلَٰٓئِكَ هُمُ ٱلۡعَادُونَ  ۝٣١
Wie dan daarnaast nog iets zoekt: zij zijn degenen die de overtreders zijn.
70:32
وَٱلَّذِينَ هُمۡ لِأَمَٰنَٰتِهِمۡ وَعَهۡدِهِمۡ رَٰعُونَ  ۝٣٢
En degenen die over het hun toevertrouwde (Amânah) en hun beloften waken.
70:33
وَٱلَّذِينَ هُم بِشَهَٰدَٰتِهِمۡ قَآئِمُونَ  ۝٣٣
En degenen die trouw zijn bij hun getuigenissen.
70:34
وَٱلَّذِينَ هُمۡ عَلَىٰ صَلَاتِهِمۡ يُحَافِظُونَ  ۝٣٤
En degenen die waken over hun shalât.
70:35
أُوْلَٰٓئِكَ فِي جَنَّٰتٍ مُّكۡرَمُونَ  ۝٣٥
Zij zijn degenen die in de Tuinen (het Paradijs) geëerd zullen worden.
70:36
فَمَالِ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ قِبَلَكَ مُهۡطِعِينَ  ۝٣٦
Wat is er met degenen die niet geloven, dat zij zich naar jou haasten?
70:37
عَنِ ٱلۡيَمِينِ وَعَنِ ٱلشِّمَالِ عِزِينَ  ۝٣٧
Van rechts en van links, in groepen?
70:38
أَيَطۡمَعُ كُلُّ ٱمۡرِيٍٕ مِّنۡهُمۡ أَن يُدۡخَلَ جَنَّةَ نَعِيمٍ  ۝٣٨
Wenst een ieder van hen dat hij de Tuin der gelukzaligheid (het Paradijs) binnengevoerd wordt?
70:39
كـَلَّآۖ إِنَّا خَلَقۡنَٰهُم مِّمَّا يَعۡلَمُونَ  ۝٣٩
Nee! Voorwaar, Wij hebben hen geschapen van wat zij weten.


📚Juz 29 📄569 / 604



Mishary Rashid Alafasy
Mahmoud Khalil Al-Husary
Abdurrahman As-Sudais
Mohamed Siddiq Al-Minshawi
Abdul Basit Abdul Samad
Ali Al-Hudhaify
Ahmed ibn Ali al-Ajamy
Abu Bakr Ash-Shaatree
Muhammad Ayyoub
Abdullah Basfar
Abdullah Al-Juhani
Maher Al Muaiqly
0:00
0:00
-

Heilige Koran


Tuesday, September 1, 2026

Don't forget us in your sincere prayers