📖 0/604 pagina's gelezen
📄 535
يَطُوفُ عَلَيۡهِمۡ وِلۡدَٰنٌ مُّخَلَّدُونَ  ۝١٧ بِأَكۡوَابٍ وَأَبَارِيقَ وَكَأۡسٍ مِّن مَّعِينٍ  ۝١٨ لَّا يُصَدَّعُونَ عَنۡهَا وَلَا يُنزِفُونَ  ۝١٩ وَفَٰكِهَةٍ مِّمَّا يَتَخَيَّرُونَ  ۝٢٠ وَلَحۡمِ طَيۡرٍ مِّمَّا يَشۡتَهُونَ  ۝٢١ وَحُورٌ عِينٌ  ۝٢٢ كَأَمۡثَٰلِ ٱللُّؤۡلُوِٕ ٱلۡمَكۡنُونِ  ۝٢٣ جَزَآءَۢ بِمَا كَانُواْ يَعۡمَلُونَ  ۝٢٤ لَا يَسۡمَعُونَ فِيهَا لَغۡوًا وَلَا تَأۡثِيمًا  ۝٢٥ إِلَّا قِيلًا سَلَٰمًا سَلَٰمًا  ۝٢٦ وَأَصۡحَٰبُ ٱلۡيَمِينِ مَآ أَصۡحَٰبُ ٱلۡيَمِينِ  ۝٢٧ فِي سِدۡرٍ مَّخۡضُودٍ  ۝٢٨ وَطَلۡحٍ مَّنضُودٍ  ۝٢٩ وَظِلٍّ مَّمۡدُودٍ  ۝٣٠ وَمَآءٍ مَّسۡكُوبٍ  ۝٣١ وَفَٰكِهَةٍ كَثِيرَةٍ  ۝٣٢ لَّا مَقۡطُوعَةٍ وَلَا مَمۡنُوعَةٍ  ۝٣٣ وَفُرُشٍ مَّرۡفُوعَةٍ  ۝٣٤ إِنَّآ أَنشَأۡنَٰهُنَّ إِنشَآءً  ۝٣٥ فَجَعَلۡنَٰهُنَّ أَبۡكَارًا  ۝٣٦ عُرُبًا أَتۡرَابًا  ۝٣٧ لِّأَصۡحَٰبِ ٱلۡيَمِينِ  ۝٣٨ ثُلَّةٌ مِّنَ ٱلۡأَوَّلِينَ  ۝٣٩ وَثُلَّةٌ مِّنَ ٱلۡأٓخِرِينَ  ۝٤٠ وَأَصۡحَٰبُ ٱلشِّمَالِ مَآ أَصۡحَٰبُ ٱلشِّمَالِ  ۝٤١ فِي سَمُومٍ وَحَمِيمٍ  ۝٤٢ وَظِلٍّ مِّن يَحۡمُومٍ  ۝٤٣ لَّا بَارِدٍ وَلَا كَرِيمٍ  ۝٤٤ إِنَّهُمۡ كَانُواْ قَبۡلَ ذَٰلِكَ مُتۡرَفِينَ  ۝٤٥ وَكَانُواْ يُصِرُّونَ عَلَى ٱلۡحِنثِ ٱلۡعَظِيمِ  ۝٤٦ وَكَانُواْ يَقُولُونَ أَئِذَا مِتۡنَا وَكُنَّا تُرَابًا وَعِظَٰمًا أَءِنَّا لَمَبۡعُوثُونَ  ۝٤٧ أَوَءَابَآؤُنَا ٱلۡأَوَّلُونَ  ۝٤٨ قُلۡ إِنَّ ٱلۡأَوَّلِينَ وَٱلۡأٓخِرِينَ  ۝٤٩ لَمَجۡمُوعُونَ إِلَىٰ مِيقَٰتِ يَوۡمٍ مَّعۡلُومٍ  ۝٥٠
56:17
يَطُوفُ عَلَيۡهِمۡ وِلۡدَٰنٌ مُّخَلَّدُونَ  ۝١٧
Onder hen gaan eeuwig jeugdigen rond.
56:18
بِأَكۡوَابٍ وَأَبَارِيقَ وَكَأۡسٍ مِّن مَّعِينٍ  ۝١٨
Met bokalen en kannen en glazen, gevuld aan een stromende bron.
56:19
لَّا يُصَدَّعُونَ عَنۡهَا وَلَا يُنزِفُونَ  ۝١٩
Waarvan zij geen hoofdpijn krijgen en niet dronken worden.
56:20
وَفَٰكِهَةٍ مِّمَّا يَتَخَيَّرُونَ  ۝٢٠
En vruchten waaruit zij kunnen kiezen.
56:21
وَلَحۡمِ طَيۡرٍ مِّمَّا يَشۡتَهُونَ  ۝٢١
En vlees van gevogelte, wat zij maar verlangen.
56:22
وَحُورٌ عِينٌ  ۝٢٢
En schonen met schitterende ogen.
56:23
كَأَمۡثَٰلِ ٱللُّؤۡلُوِٕ ٱلۡمَكۡنُونِ  ۝٢٣
Gelijk welbewaarde parels.
56:24
جَزَآءَۢ بِمَا كَانُواْ يَعۡمَلُونَ  ۝٢٤
Als een beloning voor wat zij plachten te doen.
56:25
لَا يَسۡمَعُونَ فِيهَا لَغۡوًا وَلَا تَأۡثِيمًا  ۝٢٥
Zij horen daarin geen onzin en geen zondigheid.
56:26
إِلَّا قِيلًا سَلَٰمًا سَلَٰمًا  ۝٢٦
Slechts het zeggen van: "Vrede! Vrede!"
56:27
وَأَصۡحَٰبُ ٱلۡيَمِينِ مَآ أَصۡحَٰبُ ٱلۡيَمِينِ  ۝٢٧
En de mensen van de rechterzijde, (wat een voorspoed voor) de mensen van de rechterzijde!
56:28
فِي سِدۡرٍ مَّخۡضُودٍ  ۝٢٨
Temidden van lotusbomen zonder doornen.
56:29
وَطَلۡحٍ مَّنضُودٍ  ۝٢٩
En bananenbomen vol met vruchten.
56:30
وَظِلٍّ مَّمۡدُودٍ  ۝٣٠
En langdurige schaduw.
56:31
وَمَآءٍ مَّسۡكُوبٍ  ۝٣١
En stromend water.
56:32
وَفَٰكِهَةٍ كَثِيرَةٍ  ۝٣٢
En fruit in overvloed.
56:33
لَّا مَقۡطُوعَةٍ وَلَا مَمۡنُوعَةٍ  ۝٣٣
Niet onderbroken en niet verboden.
56:34
وَفُرُشٍ مَّرۡفُوعَةٍ  ۝٣٤
Op verhoogde rustbedden.
56:35
إِنَّآ أَنشَأۡنَٰهُنَّ إِنشَآءً  ۝٣٥
Voorwaar, Wij hebben hen (de vrouwen in het Paradijs) opnieuw geschapen.
56:36
فَجَعَلۡنَٰهُنَّ أَبۡكَارًا  ۝٣٦
En Wij hebben hen maagdelijk gemaakt.
56:37
عُرُبًا أَتۡرَابًا  ۝٣٧
Liefdevol en gelijk in leeftijd.
56:38
لِّأَصۡحَٰبِ ٱلۡيَمِينِ  ۝٣٨
Voor de mensen aan de rechterzijde.
56:39
ثُلَّةٌ مِّنَ ٱلۡأَوَّلِينَ  ۝٣٩
Een aantal van de vroegeren (groepen).
56:40
وَثُلَّةٌ مِّنَ ٱلۡأٓخِرِينَ  ۝٤٠
En een aantal van de lateren.
56:41
وَأَصۡحَٰبُ ٱلشِّمَالِ مَآ أَصۡحَٰبُ ٱلشِّمَالِ  ۝٤١
En de mensen van de linkerzijde, (wat een tegenspoed voor) de mensen aan de linkerzijde!
56:42
فِي سَمُومٍ وَحَمِيمٍ  ۝٤٢
(Zij verkeren) in een verzengende wind en kokend water.
56:43
وَظِلٍّ مِّن يَحۡمُومٍ  ۝٤٣
En schaduwen van zwarte rook.
56:44
لَّا بَارِدٍ وَلَا كَرِيمٍ  ۝٤٤
Niet koel en niet weldadig.
56:45
إِنَّهُمۡ كَانُواْ قَبۡلَ ذَٰلِكَ مُتۡرَفِينَ  ۝٤٥
Voorwaar, zij plachten voorheen in weelde te leven.
56:46
وَكَانُواْ يُصِرُّونَ عَلَى ٱلۡحِنثِ ٱلۡعَظِيمِ  ۝٤٦
En zij volhardden in geweldige zondigheid.
56:47
وَكَانُواْ يَقُولُونَ أَئِذَا مِتۡنَا وَكُنَّا تُرَابًا وَعِظَٰمًا أَءِنَّا لَمَبۡعُوثُونَ  ۝٤٧
Zij plachten te zeggen: "Als wij gestorven zijn en tot stof en botten zijn geworden, zullen wij dan zeker opgewekt worden?
56:48
أَوَءَابَآؤُنَا ٱلۡأَوَّلُونَ  ۝٤٨
En ook onze voorvaderen?"
56:49
قُلۡ إِنَّ ٱلۡأَوَّلِينَ وَٱلۡأٓخِرِينَ  ۝٤٩
Zeg: "Voorwaar, de vroegeren en de lateren."
56:50
لَمَجۡمُوعُونَ إِلَىٰ مِيقَٰتِ يَوۡمٍ مَّعۡلُومٍ  ۝٥٠
Zij zullen zeker bijeengebracht worden op het bepaalde tijdstip van een bekende Dag.


📚Juz 27 📄535 / 604



Mishary Rashid Alafasy
Mahmoud Khalil Al-Husary
Abdurrahman As-Sudais
Mohamed Siddiq Al-Minshawi
Abdul Basit Abdul Samad
Ali Al-Hudhaify
Ahmed ibn Ali al-Ajamy
Abu Bakr Ash-Shaatree
Muhammad Ayyoub
Abdullah Basfar
Abdullah Al-Juhani
Maher Al Muaiqly
0:00
0:00
-

Heilige Koran


Monday, August 31, 2026

Don't forget us in your sincere prayers